
Zadenliefhebbers
Zonnebloempitten zijn de absolute favoriet van veel tuinvogels. Koolmezen, pimpelmezen, vinken en groenlingen zijn er gek op. Ze pakken de pit handig vast en kraken ‘m razendsnel open. Ook mussen eten graag zaden.
Gebruik voor zaden bij voorkeur een voederhuisje. Zo blijft het voer droog en wordt het minder snel vuil.
Vet
In de winter hebben vogels extra energie nodig om warm te blijven. Vetbollen en pindaslingers zijn dan ideaal. Mezen zijn er dol op, maar ook boomklevers en spechten laten zich regelmatig zien.
Fruit
Niet alle vogels komen voor zaden of vet. Merels, lijsters en spreeuwen houden meer van zacht voedsel. Denk aan stukjes appel, peer of rozijnen. Leg fruit op de grond of op een lage schaal. Dat past beter bij hun natuurlijke manier van eten.
Insecten
Sommige vogels, zoals roodborstjes, eten vooral insecten en larven. Zij komen minder snel op drukke voerplekken af. Wat helpt? Een rustige hoek in de tuin, wat bladeren laten liggen of meelwormen aanbieden.
Water niet vergeten
Naast voedsel is vers water onontbeerlijk. Vogels hebben het nodig om te drinken en om hun veren schoon te houden. Zorg er in de winter voor dat het niet bevriest.
Variatie is de sleutel
“Hoe meer soorten vogelvoer, hoe meer soorten vogels je aantrekt”, vat Natuurpunt samen. En dat maakt vogels voeren extra leuk: wie weet welke vogel je morgen vanuit je keukenraam kunt bekijken! Wie een overzichtje wil, kan trouwens op hun website terecht.