:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.manners.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2026%2F01%2FSeverance-020611.jpg)
Het leven is in 2025 een stuk duurder geworden, maar we zijn ook meer gaan verdienen. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het CBS. Gemiddeld genomen zijn de cao-lonen het afgelopen jaar met zo’n 5 procent gestegen, maar in sommige sectoren kregen werknemers er een stuk meer bij.
Dat de cao-lonen met vijf procent of meer stijgen ten opzichte van het voorgaande jaar, is best uitzonderlijk. In de afgelopen veertig jaar is dit slechts drie keer eerder gebeurd. De eerste keer was in 1982, maar de laatste twee jaren waarin dit het geval was, zijn een stuk recenter: vorig jaar en het jaar daarvoor.
Waarom de lonen minder hard stijgen dan voorgaande jaren
Ondanks dat een stijging van vijf procent niet vaak voorkomt, is het wel een daling ten opzichte van 2023 en 2024. Toen stegen de cao-lonen met respectievelijk 6,1 en 6,5 procent ten opzichte van het jaar daarvoor. Dat de loonstijging iets is afgenomen, lijkt vooral te komen door stijgende energie- en loonkosten, maar ook door economische onzekerheid. Bedrijven zijn daardoor wat voorzichtiger met het verhogen van de lonen.
Ondanks deze kleine daling zijn de meeste mensen (met een cao-loon) er in 2025 opnieuw financieel op vooruit gegaan. De cao-lonen stijgen namelijk nog steeds harder dan de inflatie. Volgens het CBS zijn de lonen, gecorrigeerd voor inflatie, in 2025 met 1,6 procent toegenomen. Of dat ook voor jou geldt, is overigens sterk afhankelijk van de sector waarin je actief bent.
Deze sectoren zagen de hoogste loonstijging in 2025
Van de achttien bedrijfstakken die het CBS in de gaten houdt, zijn er slechts vijf waarin de cao-lonen met meer dan vijf procent zijn gestegen. De absolute koploper is de bedrijfstak informatie en communicatie. Daar gingen werknemers met een cao-loon gemiddeld 7,4 procent meer verdienen dan een jaar eerder. Hoe het de andere bedrijfstakken verging, zie je hieronder.
| Bedrijfstak | Loonstijging in 2025 (t.o.v. een jaar eerder) |
|---|---|
| Informatie en communicatie | 7,4 % |
| Overige dienstverlening | 5,9 % |
| Bouwnijverheid | 5,7 % |
| Industrie | 5,7 % |
| Verhuur en overige zakelijke diensten | 5,7 % |
| Gemiddeld | 5,0 % |
| Specialistische zakelijke diensten | 5,0 % |
| Handel | 4,9 % |
| Cultuur, sport en recreatie | 4,7 % |
| Gezondheids- en welzijnszorg | 4,7 % |
| Horeca | 4,7 % |
| Waterbedrijven en afvalbeheer | 4,7 % |
| Onderwijs | 4,5 % |
| Financiële dienstverlening | 4,4 % |
| Energievoorziening | 4,3 % |
| Landbouw, bosbouw en visserij | 4,2 % |
| Vervoer en opslag | 4,1 % |
| Openbaar bestuur en overheidsdiensten | 3,6 % |
| Verhuur en handel van onroerend goed | 3,2 % |
(Bron: CBS, cao-lonen)
Onderaan de lijst vinden we, zoals je kunt zien, de sector verhuur en handel van onroerend goed. De mensen daar kregen er een stuk minder bij dan het landelijke gemiddelde van vijf procent. Daarbij is het wel goed om te weten dat deze bedrijfstak vorig jaar juist de hardste stijger was. In 2024 gingen de cao-lonen in die sector namelijk nog met 12,4 procent omhoog.
Die loonsverhoging in 2025 komt overigens niet verkeerd uit, want we gaan weer een duur jaar tegemoet. In 2026 zijn er namelijk behoorlijk wat zaken die nóg duurder worden dan ze al waren. Welke dat zijn en hoe je ondanks de prijsstijgingen toch nog kunt besparen, lees je hier.