:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.metronieuws.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2026%2F01%2Fthumbnail_De-Tussenvoorziening-Winteropvang-Foto-van-Marleen-Stoker-def-6623.jpg)
Winteropvang De Tussenvoorziening
Marleen Stoker (Moker Media).
Nu het steeds kouder wordt, staat de daklozenopvang in heel Nederland onder druk. Hulporganisaties en gemeenten proberen met man en macht te voorkomen dat mensen met deze strenge vorst buiten moeten slapen, omdat dat ronduit gevaarlijk is. Metro spreekt met een veldwerker van stichting GOUD, een belangenvereniging voor daklozen, en met de coördinator van de Koudweerregeling van De Tussenvoorziening in Utrecht.
In heel Nederland staat de daklozenopvang onder druk. Gemeenten openen noodlocaties en werken intensief samen met opvangorganisaties om te voorkomen dat mensen de nacht moeten doorbrengen in de kou, omdat dat letterlijk levensgevaarlijk is.
‘Dit is het nieuwe normaal’
Ook in Utrecht zijn de gevolgen voelbaar. Moreno van Hulst, veldwerker bij Stichting GOUD en belangenbehartiger voor dak- en thuisloze mensen, sloeg daarover enkele weken geleden alarm in een aangrijpende post op LinkedIn. „De opvang zit alweer vol, dus moeten hulpverleners kiezen wie het enige overgebleven bed het meest nodig heeft; de man op krukken, de zwangere vrouw of de man die al dagen psychotisch in de kou in het park ligt te slapen?”
„Dit is het nieuwe normaal in Utrecht”, schreef Van Hulst. „De opvang zit vol en zelfs de meest kwetsbare mensen moeten nu op straat zien te overleven, alwaar ze een boete krijgen, want het is in Utrecht verboden om op straat te slapen.”
Inmiddels is in Utrecht de koudweerregeling ingesteld, omdat het vriest. Daardoor zijn er tijdelijk meer bedden beschikbaar. Vier weken na zijn LinkedIn-post spreekt Metro Van Hulst telefonisch. De situatie is dan veranderd: er is nog wel plek. „Als we kijken naar de hoeveelheid bedden die nu beschikbaar zijn voor koud weer en dat vergelijken met vorig jaar, dan zien we dat het er meer zijn”, zegt hij. „Tegelijk zijn we bang dat ook deze bedden snel vol zitten.”
Binnenkort volgt de ETHOS Light-telling, een methode die dak- en thuisloosheid in kaart brengt. „Dat is een betrouwbare telling. We krijgen dan betere cijfers. Maar ik weet eigenlijk nu al dat het alleen maar meer wordt.”
Stichting De Tussenvoorziening laat weten dat er altijd naar een oplossing wordt gezocht, zodat niemand op straat hoeft te slapen. „We hebben bijvoorbeeld vannacht nog meer dan dertig bedden beschikbaar Stel dat deze ook bezet zouden raken, dan kunnen we nog opschalen met 25 bedden. En als er nog meer nodig is, zoeken we andere oplossingen, bijvoorbeeld hotels inschakelen”, zegt persvoorlichter Maaike de Jager.
Doorverwijzen naar daklozenopvang
Als veldwerker is Van Hulst dagelijks op straat te vinden. „Ik ga de straat op om contact te maken, om te kijken wat er gebeurt en of we mensen zien. Het is vooral een kwestie van doorverwijzen. We komen op voor de rechten van dakloze mensen.” Als de opvang opnieuw overvol raakt, gaat Stichting GOUD in gesprek met de gemeente.
De uitvoering van de koudweerregeling ligt in handen van tientallen organisaties die zich inzetten voor dak- en thuisloze mensen. In Utrecht wordt die gecoördineerd door Simon de Jong van De Tussenvoorziening. „De grootste locatie heeft ruimte voor zo’n tweehonderd bedden. Als het te koud is, kunnen mensen naar binnen.”
Dat is noodzakelijk voor de gezondheid. „Mensen kunnen bevriezingsverschijnselen krijgen en uiteindelijk zelfs overlijden. Dat proberen wij te voorkomen.” Vorig jaar overleden er in Utrecht 28 mensen die op straat leefden of in opvanglocaties verbleven. Zij hebben sowieso een lagere levensverwachting dan mensen met een dak boven hun hoofd. „De gemiddelde leeftijd ligt 25 tot 30 jaar lager dan bij de algemene bevolking”, zegt De Jong. „We weten dat dit gebeurt. Juist daarom proberen we te voorkomen dat die lijst onnodig langer wordt.”
In één nacht meer mensen dan vorig jaar
Intussen neemt de druk op de opvang toe. „Afgelopen jaar was 19 november de eerste koudweerdag. Toen was het meteen meer dan 70 procent drukker dan normaal. Dat beeld zien we eigenlijk sinds corona: het aantal mensen in een kwetsbare positie is enorm toegenomen.” Vorig jaar waren er zo’n 125 mensen in beeld in Utrecht. „Afgelopen nacht zaten we al op 150. Dat betekent dat je in één nacht meer mensen opvangt dan je vorig jaar in beeld had.”
Aan het einde van elk winterseizoen wordt geëvalueerd. „We kijken naar trends: wie kwamen er in beeld en wat is nodig om het volgende seizoen goed beslagen ten ijs te komen. Op basis daarvan maken we prognoses en beraden we ons op opschalen.”
Inmiddels ligt er een noodscenario klaar. „Daar zijn we vandaag al mee begonnen. Als er veel meer mensen in beeld komen, kunnen we opschalen binnen bestaande locaties. Op grote locaties kunnen we extra bedden bijplaatsen in de daklozenopvang.” Op dit moment zijn er zo’n 175 plekken beschikbaar.
De humanitaire ondergrens
De koudweerregeling wordt ook wel gezien als ‘de humanitaire ondergrens’. Hulpverleners benaderen dakloze mensen proactief, om te voorkomen dat ze op een bankje in het park of onder een viaduct moeten slapen. Ze proberen hen te motiveren naar de daklozenopvang te gaan. „Vanavond om 22.00 uur rijdt er een busje van het Rode Kruis samen met een straatverpleegkundige en een opvangmedewerker de stad in. Zij proberen buitenslapers te verleiden om toch naar de opvang te komen.”
Als iemand mogelijk wilsonbekwaam is, kan een beoordeling worden aangevraagd. „Dan kijkt de ggz of iemand de consequenties van buiten slapen kan overzien.” Wie wel wilsbekwaam is, maar buiten wil blijven, krijgt alsnog ondersteuning aangeboden. „Dan bieden we bijvoorbeeld een buitenslaapzak of veldbedje aan, zodat de kou niet direct het lichaam intrekt.”
Lichamelijke klachten
Mensen die al lange tijd buiten hebben geleefd, hebben soms infecties of lichamelijke klachten. „Laatst sprak ik een jongen met ernstige rugpijn, die zo lang buiten had geslapen dat hij niet meer aan een matras kon wennen.” Het zijn dit soort verhalen, zegt hij, die laten zien wat leven op straat met mensen doet. „Veel mensen realiseren zich niet hoe diep dat ingrijpt.”
Baby van een half jaar
Wat De Jong daarnaast opvalt, is hoe breed de problematiek inmiddels is geworden. „De groep is veel groter geworden. De jongste die ik heb gezien was een baby van een half jaar, die met haar moeder in een auto verbleef. Maar ook jongeren van 14, 15, 16 en 17 jaar. Het komt bij alle leeftijden voor.” Zo tekende Metro het verhaal op van Layla, een 23-jarige vrouw die dakloos raakte. Maaike vertelde in het actualiteitenprogramma Pointer hoe zij met haar gezin op straat kwam te staan.
De Jong is te spreken over de manier waarop de daklozenopvang in Utrecht is georganiseerd. „Ik denk dat we hier de best georganiseerde koudweeropvang hebben. Dat doen we niet alleen, maar als stad. Het Rode Kruis, het Leger des Heils, Jellinek, de gemeente en dagopvanglocaties: ontzettend veel organisaties leveren vanuit hun eigen rol een bijdrage.”
Tegelijk ziet hij hoe betrokken medewerkers en vrijwilligers zijn en hoe groot hun inzet is. „Collega’s willen extra diensten draaien en sommigen balen zelfs als ze niet kunnen meedraaien.” Juist omdat het werk zo direct en urgent is, zijn mensen gemotiveerd om een bijdrage te leveren. „Je opereert op het scherpst van de snede. Maar hier kun je echt het verschil maken voor mensen.”
Dit zijn de best gelezen artikelen van dit moment: