
De beste filmrollen vragen volledige overgave, en weinig acteurs weten dat beter dan Al Pacino. Door de jaren heen bouwde hij een reputatie op als iemand die volledig in een personage verdwijnt, soms tot het punt waarop zijn eigen mentale grenzen gevaarlijk dichtbij kwamen.
Acteurs hebben vaker verteld hoe intens rollen kunnen doorwerken, maar bij Pacino ging het verder dan uitputting. Zijn bereidheid om zichzelf volledig opzij te zetten voor een rol leverde iconische prestaties op, maar had ook een zware persoonlijke prijs.
Eigen visie
Pacino gelooft dat groot acteren draait om totale transformatie. Hij hechtte weinig waarde aan formele methodes en vertrouwde vooral op instinct en innerlijke beleving. Juist die aanpak maakte hem uniek, maar zorgde er ook voor dat sommige rollen diep onder zijn huid kropen.
Dat werd vooral duidelijk bij zijn vertolking van Michael Corleone in The Godfather. De film uit 1972, geregisseerd door Francis Ford Coppola, groeide uit tot een cultureel fenomeen en bracht wereldwijd meer dan 250 miljoen dollar op bij een bescheiden budget.
Intense opnames
Het spelen van de koelbloedige maffiabaas bleek mentaal slopend. Vooral de beroemde restaurantscène, waarin Corleone twee mannen vermoordt, bleef Pacino achtervolgen. Hij gaf later toe dat juist die scène hem “gek” maakte tijdens het opnameproces.
De impact werd alleen maar groter bij The Godfather Part II. De film, vaak beschouwd als een van de beste sequels ooit, drukte zwaar op Pacino. De eenzaamheid en morele leegte van het personage trokken hem emotioneel steeds verder omlaag.
Nasleep
Pacino belandde zelfs in het ziekenhuis door de mentale belasting. Hij beschreef het leven met Michael Corleone als verstikkend en pijnlijk, maar noodzakelijk voor een geloofwaardige performance. Theater bood volgens hem meer afstand, film dwong hem alles te absorberen.