Het is een hardnekkig misverstand dat katten immuun zijn voor kou. Natuurlijk, een Noorse Boskat kan meer hebben dan een naaktkat, maar voor de gemiddelde huiskat ligt de pijngrens verrassend hoog. Experts trekken een duidelijke lijn: zakt het kwik onder de 5 graden? Dan nemen de risico’s op onderkoeling (hypothermie) razendsnel toe. Zeker in ons kikkerlandje, waar kou vaak gepaard gaat met wind en regen, is alertheid geboden.
De kritieke grens: hoe koud is té koud?
Katten zijn meesters in het verbergen van ongemak, dus het is aan ons om de thermometer in de gaten te houden.
- Onder de 10 °C: Dit is de waarschuwingszone. Mag je kat naar buiten? Prima, maar houd de tijd beperkt en check regelmatig waar hij uithangt.
- Onder de 5 °C: Nu wordt het serieus. Laat je kat alleen kort naar buiten, liefst onder toezicht.
- Rond het vriespunt: Het advies is helder: houd het kattenluik dicht. Tenzij er een verwarmde of zeer goed geïsoleerde schuilplek is, is het risico op onderkoeling en bevriezing van oortjes of staartpunt te groot.
Let op: een natte vacht isoleert niet. Regent of sneeuwt het? Dan koelt je kat in recordtempo af, zelfs als het boven nul is.
Risicogroepen: wie moet er binnenblijven?
Net als bij mensen, zijn niet alle katten even weerbaar. Voor sommige groepen is de winter extra zwaar.
- De senioren en kittens: Oudere katten (vaak met wat artrose die verergert door kou) en jonge kittens kunnen hun lichaamstemperatuur minder goed regelen. Ze hebben minder vetreserves en koelen sneller af.
- De zieke kat: Dieren met nierproblemen, hartkwalen of een verzwakte weerstand hebben al hun energie nodig om gezond te blijven, niet om warm te blijven.
- De dunne vacht: Heb je een Siamees, Sphynx of Rex? Die hebben nauwelijks bescherming. Voor hen is een truitje of simpelweg binnenblijven geen luxe, maar noodzaak.
Zo herken je onderkoeling
Omdat je kat het niet kan zeggen, moet jij op de signalen letten. Voelen de oren en pootjes ijskoud aan? Rilt hij? Of – en dit is een serieus alarmsignaal – kruipt hij heel stijfjes in elkaar en reageert hij traag? Dan is de lichaamstemperatuur waarschijnlijk gezakt tot onder de 37 °C (normaal is 38-39 °C).
Wat te doen? Haal hem direct naar binnen. Wrijf hem droog (niet te ruw) en wikkel hem in een warme deken. Leg er eventueel een lauwe kruik bij (nooit heet, en nooit direct op de huid) en bel bij twijfel of aanhoudende sufheid altijd de dierenarts.
Maak je tuin ‘Winterproof’
Kan of wil je kat echt niet binnen blijven? Zorg dan voor een veilige haven. Een tochtvrij hokje, iets van de grond af, is ideaal.
- Gouden tip: Leg er geen handdoeken of dekens in (die worden klam en bevriezen), maar gebruik stro. Stro neemt geen vocht op en isoleert de lichaamswarmte van de kat perfect.
En vergeet de pootjes niet: pekel en strooizout kunnen flink bijten in de voetzooltjes. Maak ze schoon met een lauw doekje als je kat binnenkomt. Zo ligt hij straks weer tevreden en veilig te spinnen bij de verwarming.