:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.metronieuws.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2026%2F01%2Fminderheidskabinet-d66-vvd-cda.jpg)
Rob Jetten (D66), Dilan Yesilgöz (VVD) en Henri Bontenbal (CDA).
Foto: ANP / Jeroen Jumelet
Rob Jetten, Henri Bontenbal en Dilan Yeşilgöz kondigden een paar dagen geleden ineens aan dat ze eruit zijn: ze willen een minderheidskabinet vormen, iets wat in Nederland nog maar één keer eerder is gebeurd. Aan de ene kant logisch, gezien een ingewikkelde verkiezingsuitslag, maar aan de andere kant is er veel kritiek: weer een ‘experiment’.
Bovendien vragen veel mensen zich af of dit nieuwe kabinet wel lang kan blijven zitten, of dat er straks alweer nieuwe verkiezingen komen. De meest gestelde vraag is dan ook of dit gaat werken. Informateur Letschert gaf huiswerk mee aan de partijleiders: kijk hoe dit in andere landen gaat. Tegelijkertijd horen we namelijk vaak dat een minderheidskabinet in andere landen wél gewoon voorkomt, dus hoe gaat er daar aan toe?
Minderheidskabinetten in Nederland
Wat is allereerst een minderheidskabinet? In het kort is het een regering gevormd door één partij of coalitie die geen vaste meerderheid in het parlement heeft. Daardoor is het afhankelijk van de steun van andere partijen om beleid en wetsvoorstellen aangenomen te krijgen.
Minderheidskabinetten moeten goed om kunnen gaan met onzekerheid, omdat kabinetsplannen makkelijker worden afgewezen en ministers sneller kunnen worden weggestuurd. In Nederland komen zulke kabinetten zelden voor: het laatste echte was in 1939 (Colijn V), en kabinet-Rutte I met gedoogsteun van de PVV kan ook als minderheidskabinet worden gezien.
Minderheidskabinetten in andere landen
Als we het hebben over andere landen die wel met minderheidskabinetten werken, horen we vaak over Denemarken. Corné Smit, die promoveerde op minderheidskabinetten in Nederland en Denemarken, merkt op dat we daar mogelijk wat van kunnen leren.
In Denemarken zijn minderheidsregeringen sinds de verkiezingen van 1973 gebruikelijk, toen veel nieuwe partijen zetels wonnen, net als in Nederland eigenlijk. Door deze versplintering heeft de Deense politiek zich aangepast: minderheidsregeringen kunnen nu effectief samenwerken door afspraken te maken met wisselende coalities in het parlement.
In Denemarken is, zo schrijft historicus Bert van den Braak op Parlement.nl, de drempel voor vorming van een minderheidskabinet wat lager. Als partijen bereid zijn ‘af te wachten’, kan er een minderheidskabinet komen, ook al heeft de oppositie de macht dat direct weg te sturen.
Wat gaat er anders in Denemarken?
Wat maakt Denemarken dan succesvol? „Belangrijk is dat er sprake is van die blokvorming, waarvan ook oppositiepartijen deel kunnen maken. Dat is onderdeel van de Deense politiek en zorgt feitelijk voor stabiele verhoudingen.”
Hij vervolgt: „Alleen als een deelnemer van blok ‘wisselt’, komt het kabinet in gevaar. Er zijn verder regels over het functioneren van minderheidskabinetten, met vastgelegde invloed van niet-coalitiepartijen. Dat garandeert dat afspraken met oppositiepartijen worden nagekomen. Die afspraken moeten dan wel worden gemaakt.”
Toepasbaar op Nederland?
Is dat vergelijkbaar met Nederland? „Nederland kent geen vaste blokken, en sommige partijen zijn nauwelijks bereid tot afspraken (zoals de PvdD) of hebben een slechte reputatie wat betreft het nakomen daarvan (zoals de PVV). Daardoor is het afbreukrisico groot: wie gedoogt, wordt medeverantwoordelijk”, zegt Van den Braak.
Dat is dus best een probleem: „De aanwezigheid van partijen die weinig constructief zijn, maakt het risico groter dan in Denemarken.”
Kritiek op minderheidskabinet
Niet iedereen ziet in dat dat Deense model in Nederland kan gaan werken. Claes de Vreese, politicoloog aan de Universiteit van Amsterdam is kritisch: „Om te beginnen hebben de Scandinavische landen geen Eerste Kamer zoals wij. Dus als je op zoek moet naar meerderheden in de Tweede Kamer, heb je daarna niet ook nog strubbelingen met een senaat waar ook nog een meerderheid moet worden gezocht. We zien dat de Eerste Kamer de laatste jaren steeds politieker is geworden, waardoor dat echt een probleem kan zijn”, zegt hij tegen het AD.
Het belangrijkste verschil tussen Nederland en Denemarken is niet alleen de vorm van het stelsel, maar vooral de politieke cultuur. „Doordat in dat land minderheidskabinetten de norm zijn, stellen politieke partijen zich anders op”, zegt De Vreese. „Iedereen weet dat er compromissen moeten worden gesloten. Elke partij weet dat zij de volgende keer zelf in een minderheidskabinet kan zitten en afhankelijk is van de ander. Daardoor voeren partijen minder hard oppositie”, zegt De Vreese.
Ook worden er volgens De Vreese in Denemarken amper moties van wantrouwen tegen een kabinet ingediend. „In Nederland dienen oppositiepartijen aanhoudend moties van wantrouwen in om een kabinet weg te krijgen. In Denemarken niet. En als het gebeurt, onthoudt een deel van de oppositie zich vaak van stemming omdat de gevolgen zo ingrijpend zijn.”
Andere landen
Ook in andere landen in Scandinavië en in Nieuw-Zeeland en Canada zijn minderheidskabinetten al langere tijd gebruikelijk.
Meerdere Scandinavische landen laten bijvoorbeeld zien dat minderheidskabinetten goed kunnen werken. Correspondent Anne Grietje Franssen, die in Zweden woont, vertelt in radioprogramma Blok & Toine dat een minderheidskabinet daar de norm is: „In meer dan 70 procent van de naoorlogse jaren werd hier geregeerd door een minderheidskabinet.”
De grote angst bij een minderheidskabinet is dat er altijd gezocht moet worden naar steun. Vertraagt dat de boel niet? In Zweden was dat lange tijd geen probleem, vertelt Franssen. „We hebben hier altijd twee blokken gehad: links en rechts, en links stemde altijd met links mee, en rechts met rechts. Dus zelfs bij een minderheid had je altijd nog andere partijen die je steunden. Dus op papier was je geen meerderheid, maar in de praktijk vaak wel.”
Noorwegen
In Noorwegen blijken minderheidsregeringen ook succesvol: van 1985 tot 2005 werd onafgebroken geregeerd door een kabinet met een minderheid in het parlement. De huidige premier leidt sinds begin vorig jaar tevens een (centrum-rechts) minderheidskabinet, zegt politicoloog Johan Hellström van de Umea Universiteit in Trouw.
In datzelfde artikel staatdat de vele minderheidsregeringen in bijvoorbeeld Zweden niet per se hebben geleid tot ’tandeloze politiek’. „De minderheidskabinetten hebben evenveel wetsvoorstellen weten door te voeren als de meerderheidscoalities. Verreweg de meeste kabinetten hebben ook hun termijn uit kunnen zitten. Alleen: de inhoud van wetsvoorstellen moet natuurlijk wel worden gesteund door partijen in de oppositie. Onderhandelen krijgt een steeds groter aandeel in het bedrijven van politiek.”
Volgens Hellström ligt een deel van de verklaring dat een minderheidskabinet in Zweden succesvol kan zijn, in het staatsrecht. „In onze grondwet staat dat Nederland niet, of zo kort mogelijk, zonder regering mag zitten. Daarom hebben we een zogenaamd ‘negatief parlementair systeem’: een nieuwe regering hoeft geen meerderheid achter zich te hebben, het is genoeg dat er geen meerderheid tegen stemt.”
Dit zijn de best gelezen artikelen van dit moment: