Laten we eerlijk zijn: we willen allemaal fit zijn, maar liever niet urenlang zwoegen in de sportschool. Daarom klinkt de belofte van de trilplaat ons als muziek in de oren. Je gaat erop staan, het apparaat doet het werk en jij stapt er tien minuten later weer af. Maar is het echt zo simpel?
Slapend rijk (qua spieren)?
Het principe is eigenlijk heel logisch. Terwijl jij op de plaat staat (of een lichte oefening doet), zorgt de trilling ervoor dat je lichaam uit balans raakt. Om niet om te vallen, moeten je spieren zich razendsnel aanspannen en weer ontspannen. Dit gebeurt in een reflex, dus je hebt het amper door, maar je lijf is keihard aan het werk.
Veel gebruikers zweren erbij als ‘ochtendritueel’. Even vijf minuten trillen om de stijve spieren los te maken en de doorbloeding op gang te helpen. Er wordt zelfs gefluisterd dat het helpt tegen rugpijn en dat het de lymfedrainage stimuleert (hallo, strakke huid!), al moeten we er eerlijk bij zeggen dat dit vooral ervaringen zijn en geen harde wetenschappelijke feiten.
Pas op: niet voor iedereen
Voordat je nu enthousiast zo’n apparaat bestelt: er zit een kleine gebruiksaanwijzing bij. Heb je last van je gewrichten, hartproblemen of ben je zwanger? Dan kun je deze trend beter aan je voorbij laten gaan. De intense trillingen zijn dan net iets te veel van het goede voor je lijf.
Zo gebruik je ‘m (zonder moeite)
Ben je gezond en wel in voor een experiment? Dan is de trilplaat een prima aanvulling op je routine. En het sleutelwoord is: kort. Vijf tot tien minuten is meer dan genoeg. Langer blijven staan heeft geen zin en kan zelfs vervelend worden.
Vind je alleen staan te saai? Doe dan je squats of lunges op de plaat. Door de instabiliteit wordt de oefening veel intensiever en train je die dieperliggende spiertjes die je normaal vergeet.
Of het een wondermiddel is? Waarschijnlijk niet. Maar een apparaat dat je letterlijk wakker schudt en je doorbloeding een boost geeft terwijl je naar je favoriete serie kijkt? Daar zeggen wij geen nee tegen.