
Positie binnen de ploeg
Van Baarle toont zich ontspannen en gebruikt humor wanneer zijn sprintcapaciteiten ter sprake komen. In de klassiekers verwacht hij een goede samenwerking met Magnier en Stuyven.
Binnen de ploeg wordt hij vooral gezien als klassieke renner. Zijn bijdrage in een sprinttrein zou eerder in de aanloopfase liggen. “De man die het laatste gat dicht rijdt”, zegt de Nederlander er zelf over in Gazet van Antwerpen. Zijn ervaring in zware eendagskoersen blijft de belangrijkste reden voor zijn komst.
Pechseizoenen en beperkte koersdagen
De ploegleiding hoopt dat hij opnieuw het niveau haalt van zijn succesvolle jaren. De voorbije seizoenen verliepen echter moeizaam door ziekte en meerdere valpartijen. “Tussen Tirreno?Adriatico van 2024 en die van 2025 heb ik maar x?aantal koersdagen gehad.” Het totaal bleef steken op twaalf wedstrijddagen.
Blessures volgden elkaar snel op: een sleutelbeenbreuk in de Dauphiné, een dubbele heupbreuk in de Vuelta en opnieuw een sleutelbeenbreuk in de Tour Down Under. Later dat jaar liep hij ook nog een knieblessure op tijdens het EK tijdrijden. Een risicotransfer dus voor Quick-Step.
Vooruitblik op het nieuwe seizoen
Toch kijkt Van Baarle met vertrouwen vooruit. “Ik heb wel de Vuelta kunnen uitrijden en dat maakt een groot verschil.” Hij voelde daar voor het eerst opnieuw progressie en verwacht met een betere wintervoorbereiding sterker aan het seizoen te beginnen.
Met een fitte Van Baarle beschikt Soudal Quick?Step over een extra troef voor het voorjaar. Hij blijft ambitieus. “Ik blijf dromen van de Ronde”, besluit hij. Hij benadrukt dat de ploeg nooit start met het idee dat winnen onmogelijk is.