
Publieke waardering
Hoewel 2025 voor Van Aert geen uitgesproken succesjaar was, bleef hij op cruciale momenten competitief. Hij was de enige renner die erin slaagde om Tadej Pogacar bergop los te rijden op de kasseien van Montmartre. Buiten die uitzondering moest hij echter geregeld de duimen leggen tegen onder meer Pogacar en Mathieu van der Poel.
Ondanks dat beperkte aantal uitschieters eindigde hij wel in de top vijf van de verkiezing ‘Belg van het Jaar’ van Het Laatste Nieuws. Daarmee bleef hij niet alleen alle andere wielrenners voor, maar ook alle andere sporters. Die positie illustreert zijn blijvende zichtbaarheid en impact.
Tijdens de mediadag van zijn ploeg gaf Van Aert aan dat de uitslag hem niet volledig verraste. “Als ik het aantal keren tel dat ik op de voorpagina van een krant sta, verbaast me die uitslag niet”, zegt hij aan de krant. Zijn aanwezigheid in de media blijft volgens hem opvallend groot.
Hij nuanceerde dat die aandacht hem soms nog steeds verrast. “Maar al die keren dat ik op een voorpagina sta, verbaast me wel.” De verkiezing ziet hij als een vorm van populariteitsmeting, wat de waardering voor zijn vijfde plaats verklaart.
Professionele druk
Van Aert benadrukte dat de erkenning hem motiveert. “De ‘Belg van het Jaar’ is een soort populariteitspoll, vind ik. Dus die vijfde plek is wel leuk om te zien.” Hij gaf aan dat dergelijke momenten hem meer en meer plezier bezorgen.
Tegelijk blijft de prestatiedruk groot. Hij werkt intensief om zijn niveau te behouden en opnieuw te winnen. “Ik werk superhard om de best mogelijke versie van mezelf te zijn, maar het is niet makkelijk om te voldoen aan de eigen verwachtingen en die van de buitenwereld op basis van het palmares dat je al hebt”, besluit hij.