:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.metronieuws.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2025%2F05%2Fcash-contant-geld.jpg)
De koopkracht gaat er in 2026 nog steeds op vooruit, maar wel minder dan eerder werd voorgespiegeld. Nieuwe berekeningen van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) laten zien dat de gemiddelde stijging lager uitvalt dan de inschatting op Prinsjesdag.
Waar in september nog werd gerekend op een plus van 1,3 procent, blijft daar nu gemiddeld 0,9 procent van over. Omgerekend betekent dat zo’n 40 euro per maand extra.
Lonen stijgen minder hard
Een belangrijke reden voor de lagere koopkrachtgroei is dat de loonstijging achterblijft. Eerder werd nog uitgegaan van cao-loonstijgingen van 4,2 procent, maar dat beeld is bijgesteld. De nieuwe verwachting ligt op 3,7 procent.
Nibud-directeur Mattias Gijsbertsen licht toe: „De kleine plusjes van gemiddeld 1,3 procent die we vorig jaar september zagen, blijken nu een gemiddelde koopkrachtstijging van 0,9 procent. Dat betekent dat we gemiddeld zo’n vier tientjes per maand meer kunnen besteden.”
Volgens Gijsbertsen is dat genoeg om een daling te voorkomen, maar niet meer dan dat: „De voorspelling is nu dat cao-lonen met 3,7 procent omhooggaan. Daarmee wordt een koopkrachtdaling voorkomen, maar de stijging is mager en externe factoren als een strenge winter en een hoge energierekening kunnen ervoor zorgen dat jouw koopkracht nog minder stijgt of zelfs daalt.”
Koopkracht in verschillende huishoudens
Het Nibud rekende aan 117 voorbeeldhuishoudens. Daaruit blijkt dat de verschillen groot zijn. Zo zien alleenstaanden met een modaal inkomen een kleine plus, terwijl sommige tweeverdieners nauwelijks vooruitgaan. Zelfstandigen zonder personeel zijn zelfs de klos: bij hen kan de koopkracht dalen, onder meer door de verdere afbouw van de zelfstandigenaftrek.
In het geval van arbeidsongeschiktheid trekt deze groep ook aan het kortste eind, schreef Metro onlangs.
Opvallend is dat juist werkende minima er relatief het meest op vooruitgaan. Huishoudens die onder het minimumloon verdienen, zien hun koopkracht gemiddeld met 2 procent stijgen. Dat komt vooral door een extra verhoging van de arbeidskorting.
Bij pensioenen ligt het anders
Voor gepensioneerden speelt nog iets anders op het gebied van koopkracht. Wie een aanvullend pensioen heeft en inmiddels onder het nieuwe pensioenstelsel valt, kan rekenen op een hogere stijging. „De dekkingsgraad is op het moment gunstig, dat betekent dat pensioenfondsen meer geld kunnen verdelen, dus daar hebben deze mensen profijt van”, aldus Gijsbertsen.
Adviesbureau AON berekende dat fondsen die per 1 januari zijn overgestapt, de aanvullende pensioenen gemiddeld met 13 procent verhogen. In dat scenario zijn koopkrachtstijgingen tot 5 procent mogelijk. Voor een huishouden met 45.000 euro aanvullend pensioen kan dat neerkomen op zo’n 200 euro extra per maand.
Geen loonstijging? Dan opletten
Huishoudens die in 2026 geen loonstijging krijgen en hetzelfde verdienen als in 2025, lopen het risico dat hun koopkracht juist daalt. Vooral onzekere factoren zoals hoge energiekosten kunnen dan hard aankomen.
Gijsbertsen waarschuwt: „Voor deze mensen kunnen onzekere factoren zoals een strenge winter extra belastend zijn. Wij raden iedereen aan om de geldzaken voor 2026 goed in kaart te brengen. Wat komt erin en wat gaat eruit? Zijn er posten waarop bespaard kan worden en zijn er mogelijkheden om het inkomen te verhogen?”
Het Nibud raadt aan om te controleren of je recht hebt op toeslagen en om gebruik te maken van de Koopkrachtberekenaar. Daarmee krijg je een persoonlijk beeld van wat 2026 financieel voor jou en je koopkracht betekent.
Dit zijn de best gelezen artikelen van dit moment: