
In Europa wordt steeds meer duurzame elektriciteit gebruikt. Ons werelddeel haalt nu de helft van de elektriciteit uit duurzame bronnen. Daarbij is er ook goed nieuws voor Nederland specifiek, want ook in ons land kwam meer dan de helft van alle verbruikte elektriciteit uit duurzame bronnen.
In vijftien jaar tijd is het aandeel stroom afkomstig van duurzame bronnen in Europa verdubbeld. Hoewel dat goed nieuws is, is er nog veel te doen om de in Europa afgesproken doelstellingen voor 2030 te bereiken. In Nederland bijvoorbeeld gebruikt meer dan 80 procent van de huizen nog altijd gas als verwarming. En breder in de EU zien we dat veel verbruikte energie uit gas, olie en kool komt.
Duurzame bronnen
In Nederland specifiek is stroom van duurzame bronnen pas echt gaan groeien sinds 2019. In 2018 was 15 procent van de verbruikte elektriciteit duurzaam, in 2024 was dat meer dan 50 procent. Hiermee zijn we erg gemiddeld: we doen het niet meer zo slecht, maar we doen het ook niet extreem goed.
Onze groene stroom komt vooral uit water en wind, maar zonne-energie groeit wel sneller dan die twee, mede omdat veel mensen en bedrijven tussen 2018 en 2024 zonnepanelen hebben genomen. Het energieverbruik in Nederland komt nu voor 20 procent uit hernieuwbare bronnen, maar dat moet in 2030 42,5 procent zijn. Tijd om meer te kijken naar Scandinavië, want in Zweden bestond 62,8 procent van het totale energieverbruik in 2024 uit energie van duurzame energiebronnen, gevolgd door Finland met 52,1 procent. Luxemburg en België moeten extra aan de bak, want daar zijn de percentages duurzame energiebronnen in het totale energieverbruik 14,7 procent en 14,3 procent. In Europa is het nu 25,2 procent, maar dat moet dus in vier jaar naar 42,5 procent stijgen.
Versteviging van het elektriciteitsnetwerk
Manieren om dat te laten groeien zijn bijvoorbeeld meer wind- en zonne-energie te laten genereren, de processen rondom vergunningen te verbeteren en de infrastructuur er klaar voor maken. Dat laatste is ook een heel belangrijk aspect in Nederland, waar ons stroomnet de grote hoeveelheid energie die er soms doorheen piekt eigenlijk niet goed aankan. Het verbeteren van deze infrastructuur zijn echter grote projecten waarin de besluitvorming soms stroperig gaat en er bovendien miljarden euro’s nodig zijn. Er wordt geschat dat het verstevigen van het stroomnet op land en zee tot 2040 zo’n 195 miljard euro zal kosten.