
Als het om ruimtereizen gaat, dan denken bedrijven en organisaties vaak aan technische uitdagingen en fysieke obstakels. Maar uit recent onderzoek blijkt nu ook dat er een biologisch obstakel bestaat. Je brein kan namelijk van vorm veranderen door het reizen door de ruimte.
Een team van onderzoekers van onder andere NASA en het Duitse Lucht- en Ruimtevaartcentrum voerde MRI-scans uit bij 26 astronauten. Daaruit blijkt: door het gebrek aan zwaartekracht verschuiven de hersenen in de schedel omhoog en naar achteren. De vervorming vindt plaats in gebieden die verantwoordelijk zijn voor bewegingscoördinatie en het verwerken van zintuiglijke informatie.
De fysieke veranderingen leiden tijdens de vlucht tot desoriëntatie en bewegingsziekte. Eenmaal terug op aarde kampen astronauten vaak met evenwichtsproblemen. Hoewel die symptomen meestal binnen zes maanden verdwijnen en ernstige complicaties uitblijven, is er toch reden tot zorg. Hoe langer de missie duurt, hoe uitgesproken de vervorming namelijk wordt. Dit roept onder meer vragen op over meerjarige reizen naar Mars.
Hoe zit het met de gewone burger?
Eerder werd al bekend dat holtes in de hersenen uitzetten in de ruimte en het herstel daarvan kan jaren duren. Ook is er bewijs dat cognitieve achteruitgang al na drie dagen in de ruimte kan optreden.
Voor NASA’s Artemis-programma, dat streeft naar een permanente maanbasis, zijn deze inzichten van groot belang. Als astronauten in een vijandige omgeving moeten werken terwijl hun brein moeite heeft met zintuiglijke verwerking, brengt dat logischerwijs grote risico’s met zich mee. Bovendien werpt het vragen op voor de opkomende sector van het ruimtetoerisme: want hoe reageert het brein van een gewone burger, zonder uitgebreide training, op die extreme omstandigheden? Meer onderzoek is dus nog nodig en zal ongetwijfeld gaan plaatsvinden.