[ autoplay = true]
Een vaste oppasdag versterkt niet alleen de band met je kleinkinderen, maar blijkt ook goed te zijn voor je eigen gezondheid. Een nieuwe studie wijst uit dat grootouders die weleens op hun kleinkinderen passen, een fitter brein hebben dan grootouders die dat nooit doen.
Het oppassen op kinderen zou de achteruitgang van het denkvermogen en geheugen kunnen vertragen.
Studie onder grootouders
Voor de English Longitudinal Study of Ageing (ELSA) werd het sociale leven, het welzijn en de economische omstandigheden van mensen van 50 jaar en ouder onderzocht. Onderzoekers gebruikten de ELSA-gegevens van 2887 grootouders, die allemaal een enquête invulden en drie keer cognitieve tests aflegden, tussen 2016 en 2022.
In de enquête werd onder andere gevraagd of mensen in het afgelopen jaar op enig moment voor een kleinkind hadden gezorgd en hoe vaak ze dat hadden gedaan. Daarbij gaven de grootouders ook details over het soort zorg dat ze boden. Zo moesten ze aangeven of hun kleinkinderen regelmatig bij hen logeerden, of ze voor hen zorgden als ze ziek waren, of ze hielpen met huiswerk, of ze de kinderen naar school en andere activiteiten brachten en of ze regelmatig voor hen kookten.
Oppassen op kleinkinderen zorgt voor fitter brein
Vervolgens werden de grootouders onderworpen aan verschillende cognitieve tests. Zo werd deelnemers bijvoorbeeld gevraagd om binnen één minuut zoveel mogelijk dieren op te noemen, terwijl bij de geheugentest deelnemers gevraagd werden om direct en vervolgens na vijf minuten tien woorden te onthouden.
En wat bleek? Grootouders die voor hun kleinkinderen zorgden, scoorden aanzienlijk hoger op tests voor zowel het geheugen als soepele taalvaardigheid dan grootouders die dat niet deden. Grootmoeders die zorg verleenden, vertoonden ook minder cognitieve achteruitgang in de loop der tijd dan grootvaders.
Hoe vaak je oppast maakt niet uit
Het onderzoek, gepubliceerd in American Psychological Assocation, toonde verder aan dat grootouders met een hoger cognitief niveau meer betrokken waren bij specifieke activiteiten met hun kleinkinderen, zoals het helpen met huiswerk. Ze namen ook deel aan een grotere verscheidenheid aan activiteiten.
„Veel grootouders zorgen regelmatig voor hun kleinkinderen – zorg die gezinnen en de maatschappij in bredere zin ondersteunt”, zo legt hoofdonderzoeker Flavia Chereches van de Universiteit van Tilburg uit. „Wat ons het meest opviel, was dat het feit dat een grootouder zorg verleende, belangrijker leek te zijn voor het cognitief functioneren dan hoe vaak grootouders zorg verleenden of wat ze precies met hun kleinkinderen deden.”
Dit zijn de best gelezen artikelen van dit moment: