
Joe Pesci leek in Hollywood voorbestemd om vast te roesten in bijrollen, mede door zijn kleine gestalte en scherpe tong. Toch wist hij dat beeld volledig te doorbreken met intense, vaak angstaanjagende personages die hem tot een van de meest memorabele acteurs van zijn generatie maakten.
Zijn explosieve energie en charisma zorgden ervoor dat hij nooit slechts komische noot bleef. Pesci kon zowel hilarisch als doodeng zijn, soms zelfs binnen dezelfde scène, en juist die veelzijdigheid maakte hem zo geliefd bij regisseurs én publiek.
Successen
Dat kwam perfect samen in Goodfellas van Martin Scorsese, waarin Pesci’s Tommy DeVito pure, onvoorspelbare woede belichaamde. De rol leverde hem in 1991 een Oscar op en wordt nog altijd gezien als een van de meest intimiderende gangstervertolkingen ooit.
Tegelijkertijd bewees Pesci dat hij ook lichte komedie moeiteloos aankon. Voor veel kijkers werd hij onsterfelijk dankzij Home Alone, maar zelf hield hij zijn warmste herinneringen aan een andere, nog lossere filmreeks.
Mooie rol
Die eer ging naar de Lethal Weapon-films, waarin Pesci vanaf deel twee opdook als Leo Getz. Zijn neurotische energie vormde een perfecte aanvulling op Mel Gibsons roekeloze Riggs en Danny Glovers ingetogen Murtaugh.
De films, geregisseerd door Richard Donner en geproduceerd door Joel Silver, waren enorme kassuccessen. Met relatief bescheiden budgetten groeiden ze uit tot een franchise die wereldwijd honderden miljoenen dollars opbracht en Pesci een nieuw komisch publiek gaf.
Plezier
In een zeldzaam interview vertelde Pesci dat hij tijdens deze films meer vrijheid voelde dan ooit. “We zaten gewoon te dollen,” zei hij, waarbij improvisatie een cruciale rol speelde in zijn scènes en dialogen.