Actueel
34
keer gelezen
Hoeksche Waard – Wethouder René Peters (CDA), onder meer verantwoordelijk voor Welzijn en Zorg, heeft een duidelijke visie op maatschappelijke ondersteuning. Zijn aanpak binnen de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning) draait om eigen kracht, gezonde netwerken en samen verantwoordelijkheid nemen.
“Waarom je hand ophouden bij de gemeente als je het zelf kunt oplossen of met hulp van mensen om je heen?”, zegt hij met overtuiging. In zijn werkkamer hangen tegeltjes met door hem zelf bedachte spreuken. Ze hebben vaak een glimlach in zich, maar ook een serieuze boodschap. Op één van die tegels staat: “Wees streng, maar met een warm hart.” Die woorden typeren zijn manier van werken.
“Als bestuurder probeer ik menselijk en vriendelijk te zijn,” vertelt Peters. “Ik wil het beste voor mensen en neem hen serieus, maar ik houd me ook aan de afspraken en kaders die nodig zijn om zorgvuldig met gemeenschapsgeld om te gaan.”
Hij noemt zichzelf een betrokken en inhoudsgerichte bestuurder die graag in contact is met mensen. “Ik praat graag met inwoners, collega’s en organisaties. Die gesprekken houden me scherp en zorgen voor nieuwe inzichten. Uiteindelijk gaat het om aandacht voor mensen. Dat werkt en is effectief in besluitvorming.”
Peters vervolgt: ”De Wmo is er om mensen te helpen die het niet of tijdelijk niet zelf kunnen. Tegelijkertijd moeten we ervoor zorgen dat die hulp beschikbaar blijft voor iedereen die het echt nodig heeft. Daarom is de gemeente een aantal maanden geleden begonnen met een andere aanpak. Inwoners worden gestimuleerd om eerst zelf naar oplossingen te zoeken, eventueel met steun van hun omgeving.”
Die verandering begint zichtbaar resultaat te geven waardoor steeds meer inwoners zelf een passende oplossing vinden vóórdat ze een Wmo-voorziening aanvragen. De wachttijden zijn flink gedaald. Waar mensen in 2024 nog gemiddeld zes en een halve maand moesten wachten is dat in 2025 teruggebracht naar ongeveer twee maanden. De kosten blijven beter beheersbaar en de uitgaven passen binnen de begroting. Hulpmiddelen worden slimmer en duurzamer ingezet, onder meer via de scootmobielpool. Uit onderzoek bleek dat de meeste scootmobielen het grootste deel van de tijd stil stonden. Door die gezamenlijk te gebruiken, kunnen we de middelen efficiënter inzetten zonder de dienstverlening te beperken.”
“De Wmo is nu beter bereikbaar, beschikbaar en betaalbaar,” zegt Peters tevreden. “We zien dat inwoners meer zelfvertrouwen krijgen en zelfstandiger worden. Dat is precies waar we het voor doen. Onze toekomstvisie is gericht op een nieuw programma: ‘reablement’. Daarbij krijgen inwoners tijdelijk begeleiding waardoor ze leren om weer meer zelf te doen. We moeten vooruitdenken,” benadrukt Peters. “Met de vergrijzing die op ons afkomt, kunnen we niet doorgaan zoals vroeger. De druk op de zorg is groot en de mensen in de sector doen hun best, maar we moeten voorkomen dat het onhoudbaar wordt. Wie echt hulp nodig heeft, krijgt die natuurlijk, maar we kijken wel steeds meer naar wat mensen samen kunnen oplossen.”
In zijn kamer hangt ook een tegel met de woorden “Kerstwensen zijn geen beleidsdoelen.” Het klinkt luchtig maar de boodschap is duidelijk. Peters gelooft in realistische en uitvoerbare oplossingen in plaats van mooie beloftes. “Vanaf het begin heb ik gezegd dat we dit doen voor de gemeenschap. De Wmo is er als schild voor wie het echt nodig heeft. Als we allemaal bereid zijn verantwoordelijkheid te nemen, kunnen we ervoor zorgen dat de hulp beschikbaar blijft voor nu én in de toekomst.”
(Tekst: Hans Boutkan)