Van studieschuld naar de eerste spaarcenten
Laten we eerlijk zijn, de jongste groep (tot 25 jaar) begint met een achterstand. Hun gemiddelde vermogen is € 24.900. Voordat je van je stoel valt: dit getal klinkt hoger dan het voor de meeste jongeren is. Het is een gemiddelde, dat flink omhoog wordt getrokken door een handjevol geluksvogels met een erfenis of een gouden start-up idee. De realiteit voor de meesten? Een veel lager bedrag, vooral omdat een flinke studieschuld het spaargeld naar beneden haalt.
De echte sprong komt tussen je 25e en 35e. Carrières krijgen vorm, het salaris stijgt en de eerste stappen op de huizenmarkt worden gezet. Het resultaat? Het gemiddelde vermogen knalt omhoog naar € 95.900. En die stijgende lijn zet lekker door: tussen je 35e en 45e staat de teller al op gemiddeld € 246.400.
De piek: de magie van bakstenen
Wanneer ben je financieel gezien op je top? Volgens de cijfers is dat tussen je 55e en 65e. Mensen in deze leeftijdscategorie hebben een indrukwekkend gemiddeld vermogen van € 487.000. Het geheim? Vastgoed. De meesten hebben een eigen huis dat over de jaren flink in waarde is gestegen, terwijl de hypotheek steeds kleiner werd. Zonder er iets voor te doen, zie je je vermogen groeien.
Na je 65e begint het gemiddelde vermogen weer wat te dalen. Logisch, want dan wordt het tijd om van dat zuurverdiende geld te gaan genieten tijdens je pensioen.
Alle cijfers op een rij
Benieuwd waar jij staat? Dit is het gemiddelde vermogen per leeftijd. Het CBS telt hiervoor al je bezittingen (spaargeld, beleggingen, waarde van je huis) en trekt daar al je schulden (hypotheek, studieschuld) vanaf.
- Tot 25 jaar: € 24.900
- 25 tot 35 jaar: € 95.900
- 35 tot 45 jaar: € 246.400
- 45 tot 55 jaar: € 395.000
- 55 tot 65 jaar: € 487.000
- 65 tot 75 jaar: € 450.800
- 75 tot 85 jaar: € 417.900
- 85 jaar of ouder: € 336.900