
Regie: Chan-wook Park | Scenario: Chan-wook Park, Kyoung-mi Lee, Don McKellar e.a. | Cast: Byung-hun Lee (Man-su Yoo ), Ye-jin Son (Mi-ri Lee), Hee-soon Park (Choi Seon-chul), Sung-min Lee (Goo Beom-mo), Hye-ran Yeom (Lee A-ra), Seung-won Cha (Ko Si-jo), Yeon-seok Yoo (Oh Jin-ho) e.a.| Speelduur: 139 minuten | Jaar: 2025
Chan Wook Park (Oldboy, The Handmaiden), een van de vermaardste Zuid-Koreaanse regisseurs, koesterde al twintig jaar de wens om The Ax te verfilmen, een roman van Donald Westlake, ook bekend van de Parker-misdaadserie (onder het pseudoniem Richard Stark). De Grieks-Franse regisseur Costa-Gavras was hem echter voor met Le Couperet. Park gaf zijn droom niet op en probeerde met hulp van Gavras een Amerikaanse remake te realiseren. Toen de financiering in duigen viel, verhuisde het project naar Zuid-Korea. Een geluk bij een ongeluk, want zo werd No Other Choice een persoonlijkere film.
Man-su heeft alles wat een Zuid-Koreaanse man zich kan wensen: een fijn gezin, twee honden, een eigen huis en een goedbetaalde baan bij een papierfabriek. Na een overname door Amerikaanse investeerders wordt het bedrijf echter afgeslankt en hij afgedankt. Drie jaar later werkt Man-su als eenvoudige arbeider, zonder uitzicht op verbetering. Het gezin moet drastisch bezuinigen: de honden moeten op rantsoen, het Netflix-abonnement wordt opgezegd en het droomhuis komt te koop te staan.
Wanneer Man-su de huidige manager van de papierfabriek tegen het lijf loopt, overweegt hij hem te vermoorden om zo diens plaats in te nemen. Op het laatste moment ziet hij ervan af, beseffend dat hij mogelijk niet de gedoodverfde opvolger is. Om zijn concurrenten in kaart te brengen, plaatst Man-su een nepadvertentie en besluit hij de beter gekwalificeerde mannen een voor een uit de weg te ruimen. Tegenover zijn echtgenote zwijgt hij over zijn plannen. Zo ontpopt Man-su zich tot een seriemoordenaar, zij het niet de meest bekwame.
Westlake/Stark hanteerde voor dit verhaal dezelfde structuur als in The Hunter, verfilmd als Point Blank en Payback: een man moet een reeks moorden plegen in hiërarchische volgorde om zijn doel te bereiken. Parker doet dat uit wraak en om zijn gestolen geld terug te krijgen. Man-su handelt vooral uit angst zijn middenklassestatus te verliezen. Hun motieven verschillen, maar hun wreedheid in de uitvoering niet.
Park verzacht het geweld in zijn regie allerminst. Aanvankelijk identificeert de toeschouwer zich met Man-su, een Job-achtige doorsneeman, maar dat wordt steeds moeilijker naarmate hij zich verder overgeeft aan gruwelijkheden. Het morele besef knaagt wel degelijk aan hem, maar hij sust zijn geweten met de mantra ‘geen andere keuze’. Dat veroorzaakt bij de kijker een Hitchcockiaanse psychologische kortsluiting: ondanks alles wil je dat de antiheld slaagt. Vergelijk het met Norman Bates in Psycho, die met fanatieke ijver de sporen van de douchemoord uitwist.
Het is een goede zaak dat Park zijn film in Zuid-Korea situeert. Hij kent de gewoonten, rituelen en symboliek van zijn thuisland als zijn broekzak en verweeft die naadloos in het verhaal. Park vergelijkt de slachtoffers, stuk voor stuk zielige figuren, expliciet met varkens. Niet toevallig, want in de Zuid-Koreaanse cultuur staat het varken symbool voor rijkdom en geluk. In een scène reduceert Park een slachtoffer tot iets wat op een samengeperst varken lijkt. En wanneer iemand vraagt wat er op een bepaalde plek begraven ligt, luidt het antwoord: een varken.
Wie zowel het boek van Westlake/ Stark als de film van Costa-Gavras kent, hoeft niet te vrezen voor een exacte herhaling. Beide verfilmingen volgen grotendeels hetzelfde plot, maar leggen andere accenten. Costa-Gavras benadrukt vooral de uitzichtloosheid van het systeem waarin zijn personage gevangen zit, terwijl Chan-wook Park het verhaal expliciet situeert in het hedendaagse kapitalistische AI-tijdperk, waarin multinationals hun werknemers respectloos reduceren tot inwisselbare onderdelen en inzetten op automatisering en robotica.
Waar Costa-Gavras wel sterker scoort dan Park, is zijn benadering van de zwarte humor. Hij houdt het kurkdroog en afstandelijk, terwijl Park vaak hysterisch en schreeuwerig uit de hoek komt. Dat maakt No Other Choice voor Europese kijkers soms vermoeiend. Toch is Parks visie op een maatschappij die via haar eigen systeem seriemoordenaars voortbrengt, wel brandend actueel en daarmee de moeite waard om in cinematografische vorm te ondergaan.