
Met satellieten zien we precies wat er over de hele wereld op het land gebeurt. Ook hebben we informatie over de bovenste waterlaag door deze satellieten. Onderwater is dat anders. Er is nog steeds weinig bekend over de diepere lagen van de zeeën en oceanen. Dat moeten de zelfstandige robots van Apeiron Labs gaan veranderen.
Om nu data te verzamelen over hoe het onder water is, worden schepen gebruikt die zo’n 100.000 dollar per dag kosten. De autonome robots moeten een stuk goedkoper in gebruik worden. Op dit moment heeft Apeiron Labs de hoeveelheid geld die het kost om data te verzamelen al met een factor honderd verlaagd. Volgend jaar is het doel om de kosten een factor duizend te hebben verlaagd. Om de robots verder te ontwikkelen, bouwen en verkopen, heeft Apeiron Labs meer dan 8 miljoen opgehaald.
Lange cilinder naar de zeebodem
De robot is iets minder dan een meter lang en heeft een diameter van ongeveer 13 centimeter. Hij weegt zo’n negen kilogram. Vanaf boten of vliegtuigen kan de robot in het water worden gelaten. Het bestaande lanceringsmaterieel van de U.S. Navy kan daarvoor gebruikt worden. De robots zouden bijvoorbeeld kunnen luisteren of er onderzeeërs in de buurt van de kust zijn.
Het is de bedoeling dat de onderwaterrobots ongeveer 10 tot 20 kilometer van elkaar in de zee worden gelaten in een lange lijn of in een array van meerdere lange lijnen naast elkaar. Eenmaal in het water duiken de robots onder en voorspellen ze waar ze weer bovenkomen met modellen van de oceaan. De robots gaan vierhonderd meter omlaag en komen dan weer omhoog. Als ze dan daadwerkelijk boven komen, meten de robots waar ze zijn en wordt het model verfijnd.
De onderwaterrobots doen zo’n een of twee metingen per dag. De akoestische data die de robot kan verzamelen tijdens zijn duik is interessant voor defensie, maar ook vissers kunnen blij zijn met data over de temperatuur en het zoutgehalte.