‘Toen mama was overleden, kreeg ik via Facebook een bericht van een uitgever, die het jammer vond dat hij geen rouwkaart had gekregen. Hij schreef dat mama zo’n uitstekende vertaalster was en dat hij graag bij het afscheid was geweest. Ik dacht: man, waarom kom je daar nu mee, nu het te laat is? Had dat tegen haar gezegd, toen ze nog leefde. Mijn moeder had zeker wat in haar mars. Ze was dus een goede vertaalster, een creatieve onderwijzeres, ze speelde heel goed piano en zong mooi, zowel klassiek als jazz. Met een koor heeft ze een keer opgetreden in De Madeleine in Parijs. Na haar huwelijk was ze gestopt met haar vaste baan. Ze vertaalde en deed veel vrijwilligerswerk, maar ze was toch vooral moeder en de PA (personal assistant) van mijn vader, schrijver Jan Siebelink. Ze beheerde zijn agenda en zijn mail en regelde alles voor hem. In haar huwelijk ging het eigenlijk altijd om hem. Ik wil hem niet tekort doen, maar dat was wel het geval. Eigenlijk was ze als jonge vrouw veel avontuurlijker dan later, al is ze nog wel een keer in haar eentje met mij, als baby, naar haar zus in Kenia geweest. Mijn moeder was de vrouw van mijn vader, maar ook wel een beetje zijn moeder, hij zocht altijd bescherming bij haar. Op oudere foto’s ziet ze er krachtig uit. Het vuur in haar ogen was later toch wat gedoofd, er leek berusting voor in de plaats te zijn gekomen. Als ik ze samen op foto’s zie, zie ik een zekere ongemakkelijkheid bij haar; ze wilde er enerzijds wel zijn, maar ze durfde er niet helemaal te zijn.
Anorexia
Een paar vragen die ik mijn moeder nog zou willen stellen, zouden zijn: ‘Wat had je zelf nog willen doen in je leven, wat waren je ambities als jonge vrouw en wat was het moment, dat je accepteerde hoe je man was, hoe hij deed en wat hij deed? Had je er vrede mee dat je echt wel wat hebt ingeleverd?’ Ze leefde eigenlijk vooral voor ons; als het ons maar goed ging.
Ze luisterde altijd naar onze verhalen, steunde ons, maar heeft ons nooit haar wensen en verwachtingen opgelegd. Soms kon ze ongekend fel zijn, je moest niet aan ons komen. Een lelijke recensie? Dan werd de betreffende journalist in onze familieappgroep flink door haar aangepakt. Toen ik aan anorexia leed, nam ze me mee op reis naar Venetië. Heel ongedwongen. Dat was erg fijn. Hadden we maar de rust genomen om vaker zulke reizen met haar te maken, denk ik nu. Toen mijn moeder begin 2024 in het ziekenhuis de mededeling kreeg dat ze ongeneeslijk ziek was en niet veel tijd meer had, zei ze geestig: ‘Dan hoef ik in ieder geval geen glutenvrij dieet meer aan te houden.’ Want dat was ze ook: heel grappig.
Waar haalde ze toen en de maanden erna de rust en berusting vandaan? De laatste twee weken voor haar dood lag ze in de woonkamer in een ziekenhuisbed. Aan die nieuwe realiteit wenden we wonderlijk snel. We dachten dat we nog wel een paar maanden samen zouden hebben, nog samen de kerst zouden meemaken, maar dat was niet zo, ze stierf heel snel, in juni 2024. Daardoor hebben we nog veel onbesproken gelaten. Wat we bijvoorbeeld niet meer hebben gedaan, is haar sieraden verdelen tussen m’n zus, mij, onze schoonzus en de kleinkinderen.
‘Mijn moeder was de vrouw van mijn vader, maar ook wel een beetje zijn moeder’
Het grote geld
Ik belde mijn moeder vrijwel elke dag. Als ik buiten liep te wandelen bijvoorbeeld, even kort bellen, vertellen wat ik aan het doen was en vragen wat zij deed. Die momenten mis ik enorm. Nu bel ik op die momenten mijn vader. Zijn grote succes, het boek Knielen op een bed violen, kwam op zijn 67ste, toch al een zekere leeftijd. Maar hij ging daarna los als een jonge man.
Hij beleefde echt een tweede jeugd. Het succes, het grote geld en de aandacht en adoratie van zijn lezeressen stegen hem toch wel een beetje naar het hoofd. Zo kocht hij een Maserati en handgemaakte schoenen op de Champs-Elysées. Later zei hij: ‘Met het geld dat die auto gekost heeft, had ik een nieuwe broeikas voor m’n vader kunnen betalen.’ Mijn vader is nu zeer betrokken bij ons leven. Afgelopen najaar zouden er twee boeken van mijn broer, een van mij en een van mijn vader uitkomen. Vier Siebelinken tegelijk in de boekwinkel, een beetje veel van het goede. Mijn vader heeft er daarom voor gezorgd dat zijn boek al in het voorjaar verscheen. Ik vind dat boek, Rouwjournaal (over de ziekte en dood van mijn moeder), een van zijn mooiste boeken. Ik weet zeker dat zij er blij mee geweest zou zijn. Uiterlijk lijk ik op m’n moeder, maar qua karakter heb ik veel meer van mijn vader: onrustig, zenuwachtig, angst om het leven te verkwisten. Zo ben ik nu in gedachten alweer bezig met het volgende boek dat ik wil gaan schrijven. Elke minuut van m’n leven moet gevuld zijn, dat heeft m’n vader ook. Mijn moeder was veel rustiger en evenwichtiger. Die rust van haar en haar dagelijkse aanwezigheid mis ik misschien wel het meest.’ ●