:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.metronieuws.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2026%2F02%2FANP-506949737.jpg)
Sinds de invoering van het leenstelsel gaan studenten steeds later op kamers. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het CBS. Steeds meer hbo- en wo-studenten blijven hun hele studieperiode thuis wonen. Mannen blijven bovendien langer bij hun ouders wonen dan vrouwen. Naast het leenstelsel speelt ook de woningnood een belangrijke rol.
Het CBS presenteerde vandaag de nieuwste cijfers over de periode tussen 2016 en 2023. In 2016 woonde 31 procent van alle afstudeerders nog thuis. Zeven jaar later was dat percentage gestegen naar 43 procent. Deze ontwikkeling is zichtbaar bij studenten die hun studie binnen vijf jaar afronden, maar ook bij studenten die langer over hun studie doen.
Voor 2015 ontvingen studenten een basisbeurs die bij het behalen van het diploma een gift werd. In 2015 werd het leenstelsel ingevoerd, waarbij studenten die vanaf dat moment een hbo- of wo-opleiding volgden hun studiefinanciering alleen konden lenen. In 2023 werd de basisbeurs opnieuw ingevoerd.
Vrouwen gaan eerder uit huis
In verhouding betaal je veel voor een studentenkamer. Studentenkamers zijn niet alleen krap, maar ook schaars en duur, schreef Metro vorig jaar. Zowel mannen als vrouwen blijven langer thuis wonen, maar er zijn duidelijke verschillen. In 2020 woonde 52 procent van de afgestudeerde mannen nog bij de ouders, terwijl dat in 2016 nog minder dan de helft was. Bij vrouwen ging het om 34 procent in 2020, tegenover 24 procent in 2016.
Vrouwen gaan dus eerder uit huis. Volgens CBS-onderzoekers komt dat doordat zij zich over het algemeen eerder zelfstandig redden. Ook is er een verschil tussen hbo- en wo-studenten: hbo’ers blijven gemiddeld langer thuis wonen dan studenten die een universitaire opleiding volgen.
Een van de verklaringen is dat hbo-studenten vaak jonger zijn als zij met hun studie beginnen. Een andere factor is dat er meer hbo- dan wo-instellingen zijn, waardoor de reistijd naar de opleiding vaak korter is. Dat maakt het aantrekkelijker om thuis te blijven wonen.
Ook woningnood belangrijke factor
Studenten die tijdens hun studie wel op kamers gaan, doen dat sinds de invoering van het leenstelsel steeds later. In 2016 woonde 63 procent van de eerstejaarsstudenten nog thuis. In 2023 was dat aandeel gestegen naar 79 procent.
Dat het aantal thuiswonende studenten toenam na de invoering van het leenstelsel, wekt de verwachting dat dit nu de basisbeurs is teruggekeerd, weer zou kunnen afnemen. Studenten beschikken in theorie immers over meer financiële middelen om een kamer te betalen. De vraag is of zij daardoor de komende jaren ook sneller uit huis gaan.
Kamernood is nog altijd groot
Volgens de CBS-onderzoekers is dat allerminst zeker. Zij wijzen op de kamer- en woningnood, die nog altijd groot is. Voor een studentenkamer betaal je in steden als Amsterdam bijna duizend euro per maand. Bovendien is de trend van langer thuis wonen niet alleen zichtbaar onder studenten, maar ook bij jongeren die geen studie volgen.
De krapte op de huurmarkt lijkt daarbij een belangrijke rol te spelen. Jongeren gaan later uit huis, ook degenen die al werken, zelfs als zij voltijd werken. Ook bij deze groep ziet het CBS een verschuiving: het duurt langer voordat zij het huis uit kunnen.
Dit zijn de best gelezen artikelen van dit moment: