
Stephen King ziet elk jaar wel meerdere van zijn boeken en korte verhalen verfilmd worden, maar hij is lang niet altijd tevreden met het eindresultaat. Sommige adaptaties noemt hij ronduit mislukt, terwijl andere juist uitgroeien tot moderne klassiekers met een trouwe fanbase.
Hij prees eerder Frank Darabont voor The Shawshank Redemption en The Green Mile, maar was opvallend kritisch over Stanley Kubricks versie van The Shining. Volgens King mist die film de emotionele kern van zijn boek, ondanks de iconische status bij het grote publiek.
Opvallende uitspraak
Juist daarom is het bijzonder dat King één verfilming openlijk beter vindt dan zijn eigen werk: Carrie uit 1976, geregisseerd door Brian De Palma. Het was de allereerste grote filmadaptatie van een King-boek en meteen een enorme doorbraak.
De film, met Sissy Spacek in de hoofdrol, werd gemaakt met een relatief bescheiden budget van ongeveer 1,8 miljoen dollar en bracht wereldwijd meer dan 30 miljoen op. Spacek kreeg zelfs een Oscarnominatie, wat het prestige van de horrorfilm verder vergrootte.
Mooie woorden
King noemde de film “veel stijlvoller” dan zijn boek, dat hij zelf omschrijft als meeslepend maar soms wat zwaar. De Palma’s visuele flair, het spanningsopbouwende camerawerk en de intense soundtrack gaven het verhaal een extra laag.
Latere remakes uit 2002 en 2013 konden dat succes niet evenaren en kregen nauwelijks erkenning van King. Voor hem blijft Carrie het bewijs dat een verfilming soms boven het bronmateriaal kan uitstijgen en een eigen legendarische status kan bereiken.
Blijvende impact
Bijna vijftig jaar later geldt Carrie nog steeds als een van de beste Stephen King-adaptaties ooit. De film beïnvloedde talloze horrorproducties en zette de toon voor latere verfilmingen, waarmee de lat voor toekomstige regisseurs meteen bijzonder hoog werd gelegd.