
Iedereen kent Spotify als muziekdienst, maar diep van binnen wil (en moet) het zoveel meer zijn dan dat. Dat betekent dat Spotify nu allemaal nieuwe avonturen beleeft, om te ontdekken wat het nou écht is. En om geld te blijven verdienen, natuurlijk.
Eerlijk is eerlijk: Spotify kwam met een uniek product op de markt. Waar het digitaal kopen (of piraten) van muziek de norm was, bood het Zweedse bedrijf in 2008 als een van de eersten één abonnement aan voor onbeperkt muziek luisteren. En wie de (toen nog) 4,99 euro in de maand te veel vond, kon zelfs gratis luisteren in ruil voor advertenties.
Spotify bouwde volledig uit rondom muziek: van afspeellijsten, tot wachtrijen en van streamen met slimme speakers, tot lyrics en het volgen van artiesten. De app was uitgebreid, maar toch toegankelijk. Niet gek dus dat het een hit werd. Op zijn hoogtepunt in 2018 had het zelfs 36 procent van de muziekstreamingmarkt in handen.
Druk op de ketel
Maar, zoals we vaker zien bij bedrijven die als eerste een uniek product op de markt brengen (iets met wet van de springende voorrem, ik weet niet zoveel van auto’s), begonnen concurrenten langzaam in te lopen. Grote diensten zoals Google en Apple die een muziekabonnement bij de aankoop van een nieuwe smartphone inbegrepen, snoepten langzamerhand procentjes marktaandeel weg.
De volgende verdieping is exclusief voor Bright++ abonnees:
Ook speelden op Spotify Podcasts een steeds grotere rol, die door de coronatijd enorm in populariteit groeide. Later zou ook hiervoor een geduchte concurrent opduiken. Podimo maakte een opmars in Europa, met vrijwel alle podcasts die ook op Spotify staan én exclusieve content door diezelfde geliefde makers.