Sinds 2020 is Garance directeur van Plan International. Ze stapte ruim twintig jaar geleden – na dertien jaar ervaring in het bedrijfsleven – over naar non-profit organisaties. Eerst naar Amnesty International Nederland, daarna naar de Anne Frank Stichting. ‘Wat mij drijft, is de energie en creativiteit van meisjes die zich kunnen ontwikkelen wanneer ze veilig zijn en beschermd tegen geweld.’
Hoe hebben je vorige twee banen je werk bij Plan International beïnvloed?
‘Er is een rode lijn te ontdekken. Ik denk dat de verbinding tussen mijn twee vorige functies en deze functie gaat over de kracht van meisjes. De stemmen van meisjes die tot ongelooflijk veel in staat zijn als ze niet worden beperkt. Anne Frank heeft natuurlijk een heel krachtige stem laten horen aan de wereld terwijl ze in haar vrijheid werd beknot. En dat geldt voor Amnesty International Nederland ook. Ik heb daar echt geleerd dat geweld tegen vrouwen gezien moet worden als een mensenrechtenschending. En ook dat het hebben van goede wetten cruciaal is, net zo cruciaal als mensen die zich uitspreken en opkomen voor die wetten. Bezawit Taye (haar verhaal lees je verderop, red.) is zo’n voorbeeld van iemand die zelf voor verandering zorgt.’
Hoe was die stap van bedrijfsleven naar non-profit?
‘In essentie is het je doelen en missie definiëren in termen van sociale verandering in plaats van in winst. Dat was in het begin een enorme stap, maar een stap waarvan ik geen seconde spijt heb gehad.’
Dit werk geeft meer voldoening?
Met dit werk sta ik elke dag op met het gevoel dat ik verschil kan maken in de levens van mensen. Die bredere blik op de wereld, dat gevoel van: het is aan ons.’
Wat motiveert je nog steeds elke dag?
‘De combinatie van de uitdaging waarvoor we staan en de kracht en de hoop die in jonge vrouwen als Bezawit zit. Al kan de moed me soms in de schoenen zakken. Want het is nog steeds zo dat één op de vijf meisjes als kind wordt uitgehuwelijkt, dat er meer dan 120 miljoen meisjes niet naar school gaan en dat in 30 landen nog meisjesbesnijdenis voorkomt; dat zijn enorme uitdagingen. Tegelijkertijd zien we óók dat het beter gaat. Twintig jaar geleden werd nog één op de vier meisjes voor haar achttiende uitgehuwelijkt.’
Jullie projecten in het buitenland zijn belangrijk. Waar was je eerste bezoek?
‘Dat was wel bijzonder. Ik ben begonnen in coronatijd, dus het duurde even voordat ik op reis kon, maar mijn eerste trip was naar Kenia en Oeganda. Daar zag ik de enorme impact die corona vooral op meisjes en jonge vrouwen heeft gehad. De scholen waren twee jaar dicht geweest in Oeganda en dat betekent voor meisjes nog meer dan voor jongens. Ze worden dan eerder uitgehuwelijkt. Eén van onze belangrijkste doelstellingen is zorgen dat meisjes op school blijven, hun diploma halen en in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien. In Kenia zag ik ook iets heel moois: daar had een vrouw ervoor gezorgd dat het onderwijs doorging. Ze had geregeld dat het online kon, zelfs voor kinderen die thuis geen internet hadden. Ze had schoolboeken geregeld en clubjes georganiseerd. Inmiddels heeft ze een eigen organisatie. Ze was toen nog maar 24, erg inspirerend.’
Waar ligt het meeste werk, maar ook de hoop?
‘Ik kom net terug uit Soedan, dat was heftig. Op dit moment heerst daar een vreselijke oorlog met bruut seksueel geweld tegen vrouwen en meisjes. Ook daar zag ik toch weer dat er vrouwen zijn die opstaan, die supportgroepen voor elkaar gaan opzetten, die door blijven knokken. De weerbaarheid van het Soedanese volk en de Soedanese vrouw is ongekend. Dus in de horror die daar plaatsvindt, zie je ook een enorme kracht. Wat me extra raakt, is dat wereldwijd vrouwen- en meisjesrechten – waarvan ik dacht: nou daar hoef ik nooit meer voor te knokken – worden bedreigd door extreem-conservatieve leiders. Verworven rechten die worden teruggedraaid. Kijk naar Nederland en het feit dat de Dolle Mina’s weer zijn opgericht. Het is mooi om te zien dat verschillende generaties nu bij elkaar komen door de Mina’s, maar dat we weer op moeten staan is natuurlijk verschrikkelijk.’
Dat zal ook zo zijn in de landen waar jullie werken.
‘Ik had het eerder over wetgeving en hoe belangrijk dat is. In Gambia is een verbod op meisjesbesnijdenis en nu proberen politieke leiders dat weer terug te draaien. En zelfs in één van de grootste landen ter wereld, de Verenigde Staten, is het recht op abortus teruggedraaid.
Twee stappen vooruit en één terug?
Soms helaas wel, maar we zien ook hoopvolle bewegingen. Bij het strijden voor gelijke rechten en kansen voor meisjes moet je mannen en jongens betrekken. Zo hebben we in Senegal een club van vaders die strijden tegen meisjesbesnijdenis. En landen waar het vooruitgaat qua wetgeving zijn bijvoorbeeld Sierra Leone, de Filipijnen en Bolivia. Allemaal landen waar kindhuwelijken sinds kort verboden zijn.’
Het hele interview met Garance lees je ook in de gloednieuwe Elegance. Daarin vertellen ook activist Bezawit Taye en Plan International-ambassadeur Moïse Trustfull hun bijzondere verhaal. Nu in de winkels!
Carrière
-
Jorrit Niels, Plan International -
Plan International / Ruud Janssen