
Toen It in 2017 in de bioscopen verscheen, wist vrijwel niemand dat de Stephen King-verfilming zou uitgroeien tot de succesvolste horrorfilm ooit. Met een wereldwijde opbrengst van ruim 700 miljoen dollar en een relatief bescheiden budget rond de 35 miljoen, werd het meteen een cultureel fenomeen.
De film van regisseur Andy Muschietti combineerde slimme casting, nostalgische jaren tachtig-sfeer en pure spanning. Jonge acteurs als Finn Wolfhard, Jaeden Martell en Sophia Lillis groeiden uit tot publiekslievelingen, terwijl Bill Skarsgård als Pennywise een van de meest iconische horrorclowns ooit neerzette.
Sterke punten
Het succes zat niet alleen in de schrikmomenten, maar ook in de sterke personages. De Losers Club voelt als een echte vriendengroep, waardoor het publiek zich makkelijk met hen identificeert. Die emotionele betrokkenheid maakt dat de film ook bij herziening blijft overtuigen.
Daarmee onderscheidt It zich van veel andere horrorfilms, die vooral leunen op shockeffecten. Het verhaal over vriendschap, angsten en volwassen worden geeft de film extra diepgang, wat mede verklaart waarom hij zijn status door de jaren heen alleen maar heeft versterkt.
Slimme keuzes
De film bracht bovendien de beste elementen uit Kings dikke roman naar het grote scherm. Door het kinderperspectief centraal te zetten en de volwassen verhaallijn te bewaren voor It: Chapter Two, bleef het tempo strak en de spanning hoog, zonder de emotionele kern te verliezen.
Ook de modernisering van de tijdlijn werkte in het voordeel van het verhaal. Waar het boek zich deels in de jaren vijftig afspeelt, werd dat aangepast naar de jaren tachtig, waardoor een nieuwe generatie kijkers zich kon herkennen in de personages en hun wereld.
Verdere groei
Met de prequelserie It: Welcome to Derry groeit het universum verder en wordt de mythologie rond Pennywise verdiept. Toch blijft de film uit 2017 het absolute hoogtepunt: een zeldzame horrorhit die commercieel én inhoudelijk steeds sterker blijkt te worden.