
NASA bereidt momenteel een terugkeer naar de maan voor via Project Artemis, om verschillende redenen (waaronder het mijnen van zeldzame mineralen). En om dat voor elkaar te krijgen, schakelt de organisatie de hulp in van drie robots, die onder meer helpen met de lavatunnels.
Om de maan te kunnen koloniseren, moeten we eerst meer weten over het oppervlakte en wat daaronder gebeurt, zoals in die oeroude lavatunnels. Mensen houden het niet lang uit in die dingen, waardoor we dus op robots en rovers aangewezen zijn. In dit geval gaat het specifiek om SherpaTT, Coyote III en LUVMI-X, die elk zo hun eigen doel heeft.
NASA zet bijvoorbeeld de ondersteuningsrobot SherpaTT in voor het abseilen, terwijl Coyoti III gaat helpen bij de ondergrondse verkenning. Daar zit onder meer een radarsysteem in dat door de grond kan kijken. LUVMI-X, tot slot, helpt bij het plannen en in kaart brengen van de omgeving; informatie waar de andere twee robots dan op hun beurt iets mee kunnen. Zo werken de drie systemen naadloos samen bij het navigeren, verkennen en in kaart brengen van de maan.
Essentieel schild voor micrometeorieten
Deze missie bestaat uit vier fases. Eerst verkennen de robots een grotingang, om vervolgens een met sensoren bedekte ladingscontainer te plaatsen voor het verzamelen van omgevingsgegevens. In fase drie zet scoutrover Coyoti III mobiliteitssystemen uit, zodat het de grot in kwestie kan betreden. Pas in de vierde ronde gaat de robot daadwerkelijk de grot in om een kaart een te maken. Dit doen de robots overigens geheel autonoom.
Wetenschappers onderzoeken de lavabuizen op de maan als veilige schuilplaats tegen inslaande micrometeorieten. Omdat de maan geen atmosfeer heeft, vormen de natuurlijke grotten een essentieel schild voor toekomstige nederzettingen. En de robots verkennen momenteel dit ruige terrein om de veiligheid te verifiëren. In 2040 moet de eerste maanbasis van de grond zijn gekomen; ook kan NASA de technologie gebruiken voor missies naar Mars.