
Regie: Theu Boermans | Scenario: Marieke van der Pol | Cast: Huub Stapel (Bob), Renée Fokker (Odile), Anneke Blok (Betty), Jennifer Hoffman (Fee), Johanna Ter Steege (Loes), Leopold Witte (IJsbrand), Hans Kesting (Dirk) e.a. | Speelduur: 113 minuten | Jaar: 2026
Bob lijkt alles te hebben: een enorm loft in Amsterdam-Zuid, een veel jongere vriendin en een loyale groep vrienden. Maar nu hij echt oud begint te worden, lijkt alles uit elkaar te vallen. Hij kan zijn jongere collega’s niet meer bijbenen en zijn lichaam laat hem steeds vaker in de steek. Dan komt hij opeens zijn jeugdliefde Odile tegen. Bob voelt zich onmiddellijk weer tot haar aangetrokken en zet de achtervolging in.
Boomers draait om Bobs worsteling met zijn leeftijd, charmant gespeeld door Huub Stapel. Nu hij vijfenzestig is, begint hij steeds meer te twijfelen aan zijn plek in het leven. Hij slaat om zich heen en vervult daarmee perfect het stereotype van de oude, chagrijnige boomer die vooral aan zichzelf denkt.
De film lijkt een soort Scrooge-verhaal te willen vertellen. Door zijn ontmoeting met Odile en de confrontaties binnen zijn vriendengroep zou Bob moeten beseffen wat echt belangrijk is in het leven en wie hij eigenlijk wil zijn. Maar wat dat precies inhoudt, wordt nooit echt duidelijk.
Dat komt vooral door de oppervlakkigheid van de personages. Bob stijgt zelden boven zijn chagrijnige-oude-man-karakter uit. Ook zijn vrienden laten zich in één zin typeren. Zo zijn Loes en IJsbrand hippies die zich vastklampen aan hun krakersverleden. Interessante verhaallijnen, zoals Dirks worsteling met de lichamelijke aftakeling van zijn man, worden nauwelijks uitgewerkt. Daardoor is Bobs verandering van Scrooge naar lieve man niet overtuigend en lijkt het soms alsof hij per scène schizofreen van karakter wisselt.
Vooral schrijnend is dat de vrouwelijke personages vaak blijven steken int seksistische stereotypen. Betty is de oude vrijster die nog op zoek is naar haar grote liefde, want je zal als vrouw van die leeftijd maar zonder man zitten. Fee, de veel jongere vriendin van Bob, heeft als voornaamste eigenschap dat ze graag een kind wil. Alleen Odile stijgt enigszins boven de stereotypering uit, al blijft haar personage flinterdun.
Het is dan ook extra knap dat Renée Fokker straalt als Odile. Net als Bob word je meteen verliefd op deze stoere, creatieve en eigenzinnige vrouw. Fokker trekt in alle scènes de aandacht naar zich toe. Haar zachtheid én haar krachtige manier van grenzen stellen tillen haar personage boven de rest uit.
Odile is daarmee eigenlijk het interessantste personage: een sterke vrouw op leeftijd die een eigen leven voor zichzelf heeft opgebouwd. Bob steekt daar ouderwets bij af – een man die vastzit in het verleden, chagrijnig is en alleen maar achter vrouwen aanloopt. Is het nog wel van deze tijd om een film met zo’n hoofdpersonage te maken?
Toch bevat Boomers ook mooie momenten, vooral in de discussies over ouder worden. De confrontatie met de naderende dood en de spijt over het verleden leveren mooie, intieme scènes op. Helaas worden die al snel ondermijnd door gemakzuchtige grapjes die al snel vervallen in clichés, zoals Bob die niet weet wat TikTok is.
Die abrupte wisselingen in toon zijn kenmerkend voor Boomers ,waardoor de film rommelig aanvoelt. Het verhaal vindt nooit zijn weg en de climax komt uit het niets. De film lijkt te twijfelen tussen flauwe komedie een oprechte blik op ouderdom. Daardoor moet Boomers het vooral hebben van de magnetische chemie tussen Fokker en Stapel en van de charmante cast die nog iets weet te maken van hun oppervlakkige personages.