
Op papier leek de samenwerking tussen Charlie Chaplin en Marlon Brando een droom voor filmliefhebbers. Twee iconen, elk baanbrekend in hun vak, verenigd in één project. In de praktijk mondde het echter uit in een van de meest beruchte samenwerkingen uit de filmgeschiedenis.
Chaplin was een pionier die volledige creatieve controle gewend was, terwijl Brando juist beroemd werd door zijn compromisloze method acting. Hun botsende ego’s en werkmethodes zorgden vanaf het begin voor spanning op de set, nog voordat de camera’s echt begonnen te draaien.
Productie
De film in kwestie was A Countess from Hong Kong uit 1967, Chaplins passieproject dat hij al sinds de jaren dertig wilde maken. Het was zijn eerste kleurenfilm, zijn laatste regieklus én een van de weinige films waarin hij zelf geen hoofdrol speelde.
Met sterren als Sophia Loren en Tippi Hedren naast Brando leek succes verzekerd. Toch werd de romantische komedie door critici neergesabeld en door het publiek genegeerd, met een opbrengst die niet eens een derde van het budget terugverdiende aan de Amerikaanse box office.
Botsing
De problemen ontstonden vooral tijdens de repetities. Chaplin regisseerde door scènes zelf voor te spelen, tot in detail, wat voor veel acteurs leerzaam was maar voor Brando ronduit vernederend voelde, zo vertelde Tippi Hedren later.
Brando overwoog zelfs om de film te verlaten, zo beledigd was hij. Uiteindelijk bleef hij, maar de relatie was definitief verziekt. Ziekte op de set en productievertragingen maakten de sfeer alleen maar grimmiger.
Zure nasmaak
In zijn memoires spaarde Brando Chaplin niet en noemde hem onder meer “een egoïstische tiran” en “sadistisch”. Wat een passend afscheid van Chaplins carrière had moeten zijn, eindigde zo in een mislukte film en een legendarische Hollywoodvete.