
De relatie tussen George R.R. Martin en de makers van ‘House of the Dragon’ is nogal gespannen.
Sinds het succes van Game of Thrones heeft Martins wereld zich verder uitgebreid met nieuwe series en projecten. Als bedenker van het bronmateriaal speelde hij vanaf het begin een rol in de ontwikkeling van House of the Dragon. In de eerste fase verliep die samenwerking volgens Martin relatief soepel. Hij las scripts, gaf feedback en zag dat suggesties werden verwerkt. Dat veranderde echter tijdens seizoen 2, toen de serie volgens hem te ver afweek van zijn oorspronkelijke verhaal.
Spanningen
De verschillen tussen boek en serie leidden tot een conflict tussen Martin en showrunner Ryan Condal. Martin vond dat zijn ideeën steeds minder werden meegenomen en sprak zijn frustratie zelfs publiekelijk uit op zijn blog. Tijdens overleg over seizoen 3 zou hij hebben gezegd dat het verhaal niet langer het zijne was. Condal stelde op zijn beurt dat praktische beperkingen een rol spelen en dat het bronmateriaal niet eenvoudig te vertalen is naar televisie, waardoor keuzes onvermijdelijk zijn.
De gespannen verhouding tussen auteur en showrunner heeft mogelijk gevolgen voor het verdere verloop van de serie. Als de samenwerking niet verbetert, kan dat leiden tot grotere afwijkingen van het oorspronkelijke boek Fire & Blood. Voor fans die hopen op een trouwe adaptatie is dat een zorgwekkend signaal, omdat creatieve meningsverschillen vaak direct invloed hebben op het verhaal en de richting van een serie.
Vergelijkbaar?
De situatie beperkt zich bovendien niet tot één productie. Ook toekomstige projecten binnen het universum van Martin kunnen met vergelijkbare problemen te maken krijgen. Zo zou A Knight of the Seven Kingdoms in een vergelijkbare situatie kunnen belanden zodra de serie verder gaat dan het bestaande bronmateriaal. Het conflict tussen Martin en de makers van House of the Dragon lijkt daarmee niet alleen een incident, maar een mogelijke structurele uitdaging voor de hele franchise.