
Sylvester Stallone bouwde al vroeg een reputatie op als onverwoestbare actieheld. Met rollen in Rocky en Rambo liet hij zien tot het uiterste te gaan voor fysieke prestaties, waardoor hij uitgroeide tot een icoon van het actiegenre in de jaren zeventig en tachtig.
Toch kende zelfs Stallone momenten waarop hij volledig werd overrompeld. Ondanks zijn jarenlange training en discipline bleek er één project te zijn dat hem fysiek én mentaal brak, en dat hij later zou omschrijven als een van de diepste dalen uit zijn loopbaan.
Opnames
Dat moment kwam tijdens de opnames van Escape to Victory uit 1981, een sport-oorlogsfilm geregisseerd door John Huston. Stallone speelde een Amerikaanse krijgsgevangene die keeper is in een voetbalwedstrijd tegen de nazi’s, naast acteurs als Michael Caine en Max von Sydow.
De cast werd aangevuld met echte voetballegendes, waaronder Pelé, Bobby Moore en Ossie Ardiles. Stallone dacht vooraf dat voetbal relatief eenvoudig was, zeker vergeleken met boksen. Die aanname bleek al snel een pijnlijke misrekening.
Ongelukken
Tijdens de opnames liep Stallone meerdere blessures op, waaronder gebroken ribben, een beschadigde schouder en een gebroken vinger. Vooral scènes met Pelé waren berucht. Een penalty van de Braziliaanse ster zou volgens Stallone hebben gevoeld als een kanonskogel.
De film, met een budget van ongeveer 10 miljoen dollar, groeide uit tot een cultklassieker, maar persoonlijk beleefde Stallone er weinig plezier aan. Hij noemde Escape to Victory later “one of the low points of my life”.
Blijvende indruk
Pelé trapte niet alleen een bal langs Stallone, maar schoot er zelfs één door het net en een raam van de barakken kapot. Dat moment veranderde Stallones kijk op de sport voorgoed en maakte diepe indruk op de actieheld.