
Gene Hackman geldt als een van de meest veelzijdige en gerespecteerde acteurs uit de Amerikaanse filmgeschiedenis. Met een carrière van ruim vijf decennia en iconische rollen in onder meer The French Connection en Mississippi Burning bouwde hij een ijzersterke reputatie op.
Zijn intense speelstijl leverde hem meerdere Oscar-nominaties en twee overwinningen op. Toch verliep niet elke samenwerking vlekkeloos, en juist bij een vroeg, veelgeprezen drama bleek dat de chemie achter de schermen heel anders lag dan op het doek.
Zware productie
Dat drama was I Never Sang for My Father uit 1970, geregisseerd door Gilbert Cates en gebaseerd op het toneelstuk van Robert Anderson. Hackman speelde een universiteitsdocent met een moeizame relatie met zijn ouder wordende vader.
Die vader werd vertolkt door Melvyn Douglas, destijds een grote naam in Hollywood. Beide acteurs werden genomineerd voor een Oscar, wat de film extra aanzien gaf, ondanks het bescheiden budget en een relatief beperkte bioscoopopbrengst.
Geen chemie
Volgens Hackman verliep de samenwerking echter stroef. In interviews vertelde hij dat Douglas hem simpelweg niet mocht en liever een andere acteur in de rol van zijn zoon had gezien, iets wat Hackman persoonlijk raakte.
Op de set spraken de twee nauwelijks met elkaar en hielden ze bewust afstand. Die onderlinge spanning sijpelde onbedoeld door in hun scènes, waarin juist emotionele afstand en onuitgesproken frustraties centraal stonden.
Toch effectief
Achteraf erkende Hackman dat de moeizame relatie de film zelfs ten goede kwam. De ongemakkelijke dynamiek versterkte de geloofwaardigheid van het vader-zoonconflict en gaf de dialogen extra lading.