
Regie: Nia DaCosta | Scenario: Alex Garland | Cast: Ralph Fiennes (Dr. Kelson), Jack O’Connell), Alfie Williams (Spike), Chi Lewis-Parry (Samson), Erin Kellyman (Jimmy Ink), e.a. | Speelduur: 109 minuten | Jaar: 2026
Een man ontwaakt uit een coma in een verlaten ziekenhuis en ontdekt dat de wereld is overspoeld door zombies. Deze beschrijving is van toepassing op 28 Days Later, maar evengoed op de eerste strip van The Walking Dead. Waar Boyles film draaide om het vermijden en doden van zombies, richtten de strip en de latere televisieserie zich vooral op het leven in een wereld waarin toevallig ook hongerige doden ronddwalen. Dit vierde deel in de 28-reeks kiest onverwacht eveneens voor die aanpak.
Zombies zijn er nog steeds, maar vergeleken met de eerdere delen is hun aanwezigheid opvallend karig. Uiteraard vormen ook medemensen een bedreiging, maar waar de drie voorgaande delen de agressieve geïnfecteerden nooit uit het oog verloren, doet The Bone Temple dat wel. Het lijkt een bewuste keuze. Het resultaat is een intrigerende film, al verbindt hij zich slechts via een dun draadje met zijn voorganger..
Spike werd aan het einde van het vorige deel, als cliffhanger, opgepakt door een bende mafkezen met een charismatische leider. Dit nieuwe hoofdstuk pikt het verhaal op wanneer Spike tegen zijn wil lid wordt van die groep. Tegelijkertijd ontdekt dokter Kelson, die nog altijd in zijn zelfgemaakte schedelparadijs verblijft, dat hij in staat is een band op te bouwen met de lokale alfazombie.
28 Days Later was best een vermakelijke en trippy zombiefilm, maar het voelde alsof er iets ontbrak. Alsof geplande vervolgen het totaalplaatje pas zouden onthullen. Dit vervolg bevestigt dat gevoel: het vorige deel blijkt achteraf vooral een lange introductie tot de huidige staat van het Verenigd Koninkrijk en tot personages zoals Spike, dokter Kelson, Sir Jimmy en zijn bende, en de alfazombie. Spike als centrale figuur positioneren blijkt geen gelukkige keuze, want hier is de kleine held gereduceerd tot een angstig bijpersonage.
Wie dan wél hoofdrol opeist, blijft onduidelijk. De voornaamste kandidaten zijn dokter Kelson en Sir Jimmy Crystal, die ongeveer evenveel tijd en aandacht krijgen. Misschien is het de bedoeling dat de zombiewereld zelf het centrale personage vormt? Als dat zo is, hadden ze dat in het vorige deel duidelijker moeten maken. Ralph Fiennes en Jack O’Connell dragen de film in ieder geval moeiteloos. Hun personages zijn op papier al erg kleurrijk en memorabel, maar worden vereeuwigd door hun volledige overgave.
Het vorige deel introduceerde Jimmy’s achtergrond via een korte openingsscène. The Bone Temple opent met schreeuwende mensen en grommende zombies, totdat het geluid wegsterft en een jonge Cillian Murphy “Hello?” roept. Deze intro’s hadden beter omgedraaid kunnen worden. Regisseur Danny Boyle en scenarist Alex Garland wilden zo al vooruitwijzen naar Jimmy’s grotere rol, maar de eerdere cliffhanger maakte dat eigenlijk al voldoende duidelijk.
Garland schreef ook dit vervolg, maar de regie is ditmaal in handen van Nia DaCosta (Candyman, The Marvels). De klus kwam zichtbaar met de voorwaarde om de kenmerkende trippy beelden te behouden. Niet alleen omdat Boyle daarvan houdt, maar ook om visueel aan te sluiten op het vorige deel. Die verplichte momenten zijn duidelijk aanwezig, maar voor de rest drukt DaCosta geen sterk persoonlijk stempel, al valt er op de regie weinig af te dingen.
De eerste helft kabbelt wat doelloos voort, met af en toe gruwelijk geweld om te choqueren. Tegelijkertijd is het intrigerend hoe blasé Jimmy’s bendeleden, de Vingers, reageren op bloed en dood. Schrijnend is ook hoe de eenzame Kelson gezelschap zoekt bij de alfazombie Samson, die hij drogeert om tijdelijk niet alleen te zijn. Pas wanneer de verschillende personages elkaar kruisen en Samson een merkbare verandering ondergaat, komt de film echt op gang.
Net als bij het vorige deel voelt het einde echter opnieuw als een streep door het verhaal, waarna we ons kunnen opmaken voor wéér iets nieuws in het volgende hoofdstuk. De film plant nog wel een niet te negeren zaadje rondom Samson, en ook nu is er weer een staartje dat fungeert als introductie voor de derde 28 Years Later-film.
Opnieuw blijft het onduidelijk wat Garland en Boyle precies willen vertellen met deze reeks. Dat hoop kan blijven bestaan in een wereld vol doorgeslagen irrationele gekken? Dat men zich makkelijk laat misleiden door charismatische leiders, maar dat redding ligt in twijfel en zelfreflectie? Misschien wordt het nog helder, maar voorlopig lijkt de kans klein dat dit uitgroeit tot een hecht samenhangend geheel. De 28-reeks oogt eerder als een verzameling losstaande, boeiende, bijna stripachtige verhalen, verbonden door enkele dunne rode draadjes.