
Regie: Stéphane Demoustier | Scenario: Stéphane Demoustier | Cast: Claes Bang (Johan Otto von Spreckelsen ), Sidse Babett Knudsen (Liv), Xavier Dolan (Jean-Louis Subilon), Swann Arlaud (Paul Andreu), Michel Fau (François Mitterand), Jean des Forêts (Alain Juppé), Patrick Sobelman (Saint-Germain), Micha Lescot (Leloup) e.a.| Speelduur: 108 minuten | Jaar: 2025
Wie was Johan Otto von Spreckelsen? Velen zouden zijn naam moeten kennen, want deze architect creëerde een monumentaal bouw- en kunstwerk. Maar zoals bij veel kunstenaars die slechts één uitzonderlijk werk op hun palmares hebben staan, is hij vandaag quasi vergeten. De Franse regisseur Stéphane Demoustier vond zijn verhaal ideaal om iets te vertellen over de prijs van compromisloze kunst, of het nu om een gebouw of een film gaat. La Grande Arche functioneert als een ironisch en toegankelijker neefje van Megalopolis en The Brutalist.
In 1982 schrijft de Franse president François Mitterand een internationale architectuurwedstrijd uit. Hij wil een ontwerp voor een nieuw monument dat de Arc de Triomphe van de twintigste eeuw moet worden. Tot ieders verbazing komt Johan Otto von Spreckelsen als winnaar uit de bus. Johan Otto wie? Deze Deen heeft in eigen land slechts vier moderne kerken en één huis ontworpen. Meer niet. Toch is Mitterand diep onder de indruk van zijn concept en klikt het opvallend goed tussen beide heren.
Von Spreckelsen ervaart al snel dat de bouw van La Grande Arche de la Défense – een holle hyperkubusachtige constructie – een slopende onderneming wordt. Hij botst voortdurend met bureaucraten en politici die niet alleen het budget strak willen houden, maar ook aandringen op praktische oplossingen. Dat staat haaks op Von Spreckelsens artistieke visie. Hij weigert ook maar een centimeter toe te geven. Als hij vindt dat het duurste marmer nodig is voor zijn ‘kubus’, dan is dat zo. Gaandeweg begint het project zwaar te wegen op de Deen en zijn huwelijk.
Regisseur en scenarist Stéphane Dumoustier haalde inspiratie uit het boek van Laurence Cossé, bekend om haar ironische kijk op de Franse maatschappij. Hij zag vooral parallellen met het maken van een film. Von Spreckelsen had evengoed een regisseur kunnen zijn die wordt ingehuurd door een grote studiobaas (het Mitterand-personage), maar vervolgens in conflict komt met de producent (kleurrijk en met humor vertolkt door de Canadese regisseur Xavier Dolan) en zich bedreigd voelt door een concurrent (de pragmatische architect Paul Andreu), die zijn project onder zijn neus dreigt weg te kapen.
La Grande Arche mag dan geen opvallend festivalwerk zijn zoals het verwante The Brutalist, de film boeit van begin tot einde. Dat is deels te danken aan de perfect gecaste Claes Bang. Fysiek heeft de lange Deense acteur het voordeel dat hij boven zijn collega’s uittorent. Dat geeft hem een intimiderende uitstraling, terwijl hij tegelijkertijd als een buitenbeentje overkomt. Bang is bovendien een van de weinige acteurs die zelfs in bloedserieuze scènes humor weet te leggen en steevast de aandacht naar zich toetrekt.
Demoustier slaagt er, veel beter dan Francis Ford Coppola in Megalopolis, in om met hulp van Bang een ogenschijnlijk saai onderwerp meeslepend te maken. Hij laat de toeschouwer supporteren voor een visionaire antiheld en kunstenaar die geen tegenspraak duldt. Dat het om een architect gaat, maakt die prestatie alleen maar sterker.
In vergelijking met een kunstschilder (zie Girl with a Pearl Earring of een filmmaker (zie Ed Wood) is het dagelijkse werk van een architect moeilijker om cinematografisch boeiend te verbeelden. Je kunt wel scènes situeren op een bouwwerf of in een marmergroeve (zoiets zit ook in The Brutalist) maar voor de rest moet de spanning voortkomen uit sterke dramatische conflicten. Die levert Demoustier af met een vleug ironie en tragedie.
Waarschijnlijk identificeert Demoustier zich met Von Spreckelsen en hanteert hij een realistische visie op zijn eigen nalatenschap: mensen zullen zijn naam na zijn dood vaag herinneren, maar achteloos aan zijn graf voorbijlopen. Het doet denken aan de quote uit Patton dat alle glorie vluchtig is. Von Spreckelsen kende één gloriemoment toen hij de wedstrijd won. Daarna begon de lijdensweg en verdween hij weer zoals hij was verschenen. Demoustier geeft hem een bescheiden, maar trefzeker eerbetoon.