
Regie: Hikari | Scenario: Hikari en Stephen Blahut | Cast: Brendan Fraser (Phillip Vanderploeg), Takehiro Hira (Shinji Tada), Mari Yamamoto (Aiko Nakajima), Kimura Bun (Kota Nakano), Shannon Mahina Gorman (Mia Kawasaki), Akira Emoto (Kikuo Hasegawa), e.a. | Speelduur: 110 minuten | Jaar: 2025
Het maakt niet uit hoelang je als immigrant in Japan woont, hoe goed je bent geïntegreerd of hoe vloeiend je de taal spreekt: je bent en blijft een ‘gaijin’, een buitenlander. Phillip Vanderploeg is – anders dan zijn naam doet vermoeden – geen Nederlander of Vlaming, maar een Amerikaans acteur die al zeven jaar in Tokio woont. Hij brak door met een tandpastareclame, maar daarna lagen de rollen niet voor het oprapen. Wanneer hij een dubieuze klus aanneemt, krijgt hij het verwijt dat hij slechts een buitenlander is die de cultuur niet begrijpt.
Phillip stuit op zijn nieuwe opdrachtgever na een goedbetaalde klus als treurende Amerikaan bij een nepbegrafenis. De baas van Rental Family ziet in hem een bruikbare kracht. Het bedrijf levert acteurs als stand-ins voor familieleden en andere fictieve personen. Zo belandt Phillip voor het altaar bij een schijnbruiloft of speelt hij een journalist die een tachtigjarige, licht dementerende acteur een laatste interview afneemt.
De Japanse cineast Mitsuyo Miyazaki gaat professioneel door het leven als Hikari, het Japanse woord voor ‘licht’. Rental Family is haar tweede speelfilm. Vergelijkingen met de succesfilm Lost In Translation zijn snel gemaakt, al is Phillip in tegenstelling tot Bill Murrays personage redelijk geïintegreerd in de Japanse samenleving. Hikari mikt duidelijk op een zo breed mogelijk publiek door samen te werken met een Amerikaanse coscenarist en Brandon Fraser de hoofdrol toe te bedelen.
De The Mummy-acteur is sinds zijn fenomenale rol in The Whale weer omhoog gekrabbeld uit een vrijwel niet-bestaande carrière. Wie ooit in Japan is geweest, zal zich verbazen over de snelheid waarmee Phillips tegenspelers op het Engels overschakelen. In deze dramatische feelgoodkomedie is het realisme wel vaker ver te zoeken.
Phillips voornaamste klus is het spelen van de biologische vader van tiener Mia, die haar Amerikaanse vader nooit heeft gekend. Haar moeder huurt een vader in om de kans te vergroten dat Mia wordt toegelaten tot een prestigieuze opleiding. Hikari en medeschrijver Stephen Balut willen Phillips leven zo veelzijdig mogelijk maken en wisselen de vaderrol af met rollen als tijdschriftjournalist die de gepensioneerde acteur aan de tand voelt. In die constructie schuilt een wat belegen metafoor over wat de roeping van een acteur zou moeten zijn.
Het voortdurend afwisselen van Phillips acteerklussen heeft als onvermijdelijk gevolg dat de vaart er nooit lekker in komt. Ernstiger is dat de dramatiek hierdoor aan de oppervlakte blijft. Natuurlijk komt Mia erachter dat Phillip haar voor het lapje houdt, al is het maar omdat hij af en toe opduikt in een film of televisieserie. Dat hij ondertussen een band met haar opbouwt, spreekt voor zich. De scenaristen stappen erg makkelijk over sleutelmomenten heen, zoals Mia’s wel erg korte boosheid wanneer haar vermeende vader, die jarenlang niets van zich liet horen, plots voor haar neus staat.
Rental Family is conflictvermijdend en speelt voortdurend op safe. Emoties en reacties zijn voorbeeldig afgemeten; nooit schuurt of knettert het eens lekker. Toch gaat er een ongekende charme uit van Frasers vertolking, die als braverik bijna overloopt van de goede bedoelingen. Zelfs als hij de Japanse gebruiken nog beter had kunnen doorgronden, legt zijn geweten het af. In Japan is er weinig sociale cohesie, zo legt Hikari uitvoerig uit, en dan heiligt het doel de middelen als het gaat om het geven van een goed gevoel aan een ander.