
Regie: Corin Hardy | Scenario: Owen Egerton | Cast: Dafne Keen (Chrys Willet), Sophie Nélisse (Ellie Gains), Sky Yang (Rel Taylor), Jhaleil Swaby (Dean Jackson), Ali Skovbye (Grace Browning), Percy Hynes White (Noah Haggerty), e.a. | Speelduur: 101 minuten | Jaar: 2025
Oh, waar zou het horrorgenre toch zijn zonder tieners die domme dingen doen? Toegegeven, in het echt maken ze ook niet altijd de meest verstandige keuzes, maar vaak zijn hun blunders wel ingegeven door begrijpelijke behoeften, hoe basaal ook. Tieners in horrorfilms daarentegen vertonen doorgaans alleen de behoefte van de makers om het plot op gang te brengen. Whistle vormt daarop geen uitzondering.
In deze film roept een groepje tieners het onheil over zichzelf af door op een oude Azteekse fluit te blazen. Een fluit in de vorm van een schedel waarin een tekst is gegraveerd die hun schoolhoofd kort daarvoor wist te vertalen als: “Roep de doden op.” Een kleine vertaalfout, want in werkelijkheid staat er: “Roep jouw dood op.” Vanzelfsprekend maakt dat het niet beter, maar die eerste vertaling zou reden genoeg moeten zijn om het kleinood ver uit de buurt van ieders lippen te houden.
Iedereen die het gefluit heeft gehoord zal binnen enkele dagen dood zijn. En wel op de wijze waarop ze normaal gesproken later in hun leven zouden zijn gestorven. Dus iemand die voorbestemd was te sterven in een brand, vliegt spontaan in de hens, zelfs al staat hij onder de douche. Iemand die als veertiger zou zijn omgekomen bij een bedrijfsongeval waarbij zijn arm in een machine verstrikt raakt, wordt nu als tiener ineens uit elkaar getrokken, ook al is die machine nergens te bekennen.
Een leuk idee, dat vooral dient als kapstok voor enkele creatieve sterfgevallen. Whistle mikt dan ook niet zozeer op enge situaties, maar gaat vooral voor inventief horrorspektakel. Daardoor dringt de vergelijking zich op met de Final Destination-reeks, waarbij Whistle aardig leentjebuur speelt. Ook hier is sprake van een onvermijdelijk lot, dat van de personages wat creatief denkwerk vereist. Alhoewel, creatief? Om te ontsnappen aan de dood worden zowaar twee oplossingen uit de eerdergenoemde reeks van stal gehaald.
Waarom zo’n dodelijke fluit bestaat, is een vraag waar je maar beter niet te lang over na kunt denken. De Azteken hadden misschien wat aparte gewoonten, maar vrijwillig een gruwelijke voortijdige dood sterven behoorde daar vermoedelijk niet toe. Echter, om zo’n mal concept serieus te kunnen nemen, helpt het als alles daaromheen enigszins hout snijdt. En Whistle niet lijkt verder te hebben gedacht dan het horrorplot. Al het andere lijkt haast ter plaatse te zijn bedacht.
Vooral in de eerste helft zijn er volop scènes met stroeve, uitleggerige dialogen en een vreemd onrealistische uitwerking. Vanwege een geforceerd conflict moet het groepje tieners nablijven, maar al na een paar minuten besluit hun schoolhoofd dat ze in plaats daarvan maar gezamenlijk thuis een opstel moeten gaan schrijven. En dus zit het gezelschap de volgende scène bier te drinken rondom een zwembad, want kennelijk is dat hoe je een opstel schrijft. Slechts twee van de vijf bevinden zich in het water. De rest zit er maar een lullig naast.
Na afloop vragen de personages elkaar meermaals of ze elkaar de volgende dag weer zien. Waarom? Het is toch gewoon een schooldag? Ze gaan allemaal naar dezelfde school, dus natuurlijk zien ze elkaar de volgende dag. Dat is geen afspraak, gewoon verplichting. Wanneer twee personages de volgende ochtend op school arriveren, is een herdenkingsdienst voor een net overleden personage al in volle gang. Ze waren nergens van op de hoogte en het lijkt er ook niet op dat ze te laat zijn voor hun beoogde les. Zijn de makers van Whistle nooit naar de middelbare school geweest?
Ook zijn de ouders van de tieners opvallend afwezig. Hoofdpersoon Crys woont na de dood van haar vader onder hetzelfde dak als haar neef, maar diens ouders zien we nooit. Kleine moeite om die een paar momentjes met haar te geven, al was het maar om te laten zien hoe dit gekwelde muurbloempje moet wennen aan haar nieuwe situatie. Het voelt alsof het beperkte budget de makers ertoe dwong te besparen op acteurs.
Een maniakale jeugdpastoor die zich in de slotakte ineens tot schurk ontpopt (welja) krijgt een serieuze verwonding aan zijn neus, maar daarvan is de volgende dag nauwelijks nog iets te zien. Geen Chinatown-look voor hem dus. Raar personage trouwens. Hij verspreidt namelijk niet alleen het woord Gods, maar ook drugs. En toch moet hij niets hebben van Crys, omdat die ooit verslaafd was aan zijn handelswaar. Maak er dan gewoon een intolerante christen van. Met twee meisjes die al snel intiem worden moet dat plotmatig toch makkelijk passen?
Maar ach, op de momenten die ertoe doen is Whistle geen onaardige horrorfilm. Eén moment springt er zelfs uit als bijzonder creatief. Kleine kans dat je dit jaar iemand op beeld zult zien sterven op een wijze die hieraan kan tippen. En hoewel veel elementen iets te vertrouwd aanvoelen, is het concept net onderscheidend genoeg. Jammer alleen dat de uitvoering van veel basiselementen zo klungelig aandoet.
Er zijn tot nu toe zes Final Destination-films verschenen (een zevende is in de maak) en het valt niet uit te sluiten dat ook Whistle het startpunt zal zijn van een langlopende filmreeks. Daarvoor is het concept herbruikbaar genoeg. Alleen begon de Final Destination-reeks met wat uiteindelijk een van de beste delen zou blijken, terwijl Whistle qua niveau eerder te vergelijken valt met Final Destination 3: aardig maar weinig verheffend. Beschouw deze film dus gerust als een blauwdruk voor een eventuele vervolgfilm die het uitgangspunt wat beter benut.