
Het einde van de pdf en de verplichting van e-facturatie via Peppol
De meest besproken en technisch meest uitdagende verandering is zonder twijfel de veralgemening van digitale facturatie tussen bedrijven (B2B). Vanaf dit jaar volstaat het niet meer om een pdf-bestandje te mailen naar je zakelijke klant; facturen moeten gestructureerd worden verzonden via het Peppol-netwerk. Het doel van de overheid is efficiëntie: facturen worden direct ingelezen in de boekhoudsoftware van de ontvanger, wat menselijke fouten elimineert en administratieve processen versnelt.
Voor veel zelfstandigen vraagt dit om een aanpassing van hun werkwijze, waarbij oplossingen zoals WeFact ondernemers ondersteunen om deze digitale transitie vlekkeloos te laten verlopen. Deze software gaat verder dan enkel het versturen van een e-factuur; het biedt ondernemers al twintig jaar een betrouwbaar platform om ook offertes op te maken en inkoopfacturen efficiënt te verwerken. Door te kiezen voor een dergelijke gebruiksvriendelijke tool, voldoe je niet alleen direct aan de strenge Peppol-eisen, maar behoud je ook de volledige grip op je dagelijkse administratie zonder dat je zelf een IT-expert hoeft te zijn.
Wie dacht dat deze digitaliseringsgolf nog wel even zou overwaaien, komt bedrogen uit. Hoewel de FOD Financiën in de eerste drie maanden van 2026 nog een tolerantieperiode hanteert, is deze enkel bedoeld voor wie door technische overmacht vertraging oploopt. Bedrijven die bewust blijven zweren bij Word of Excel riskeren na maart wel degelijk sancties. Het overstappen naar een professioneel facturatieprogramma is daarmee niet langer een luxe, maar een noodzakelijke stap om de continuïteit van de onderneming te waarborgen.
Fiscale hervormingen die de protefeuille gaan raken
Naast de administratieve rompslomp, verandert er ook het een en ander in de portemonnee van de ondernemer. De federale regering heeft een reeks fiscale maatregelen genomen om het belastingsysteem te ‘vereenvoudigen’, wat in de praktijk vaak neerkomt op verschuivingen in de belastingdruk. Een belangrijk punt is de hervorming van de meerwaardebelasting. Wie winst maakt op bepaalde financiële activa, zal daar vanaf dit jaar een nieuwe belasting op moeten betalen.
Ook voor vennootschappen die hun winst willen uitkeren, zijn de spelregels gewijzigd. De regels rond dividenden zijn aangescherpt en het tarief van de roerende voorheffing is in bepaalde gevallen verhoogd. Dit betekent dat er netto minder overblijft voor de aandeelhouder of de bedrijfsleider die zichzelf een dividend uitkeert. Het is raadzaam om samen met de boekhouder te bekijken of de huidige bezoldigingsstrategie nog wel de meest optimale is.
Voor de eenmanszaken is er eveneens minder goed nieuws: de zelfstandigenaftrek wordt verder afgebouwd. Dit forfaitaire bedrag dat zelfstandigen van hun belastbaar inkomen mochten aftrekken, krimpt. Het gevolg is dat je op hetzelfde bruto-inkomen uiteindelijk meer personenbelasting zal betalen dan in de voorgaande jaren. Het belang van aftrekbare beroepskosten wordt hierdoor alleen maar groter.
Strijd tegen cash en sociale fraude
De overheid voert de strijd tegen zwart geld en fraude verder op. Een zichtbare maatregel voor de handel is de verstrenging van de regels rond cashbetalingen. Vanaf 2026 geldt er een verbod op cashbetalingen vanaf 3.000 euro. Voorheen lag deze grens hoger of waren er meer uitzonderingen, maar de overheid wil geldstromen volledig traceerbaar maken. Voor autohandelaars, juweliers en aannemers is dit een belangrijke wijziging: grote bedragen moeten elektronisch worden voldaan.
In sectoren die gevoelig zijn voor sociale fraude, zoals de bouw, de schoonmaak en de vleessector, wordt de ketenaansprakelijkheid aangescherpt. Vanaf 1 januari geldt er een strengere zorgvuldigheidsplicht. Ondernemers moeten kunnen aantonen dat hun onderaannemers geen illegaal verblijvende derdelanders tewerkstellen. Dit betekent concreet: documenten opvragen, controleren op echtheid en deze vijf jaar bewaren. Doe je dit niet en blijkt er verderop in de keten sprake van illegale tewerkstelling, dan kan jij als opdrachtgever medeverantwoordelijk worden gehouden.
Flexi-jobs en loonkosten
Op de arbeidsmarkt blijft krapte een thema, en de regering probeert dit te counteren door het systeem van flexi-jobs verder te finetunen. Waarschijnlijk wordt het systeem uitgebreid naar alle sectoren, tenzij sociale partners in een specifieke sector expliciet kiezen voor een ‘opt-out’. Dit biedt kansen voor ondernemers om piekmomenten op te vangen zonder vast personeel aan te werven. Tegelijkertijd wordt het fiscaal voordelige maximumbedrag dat een flexi-jobber mag verdienen opgetrokken naar 18.000 euro per jaar, wat het statuut aantrekkelijker maakt voor werknemers.
Daartegenover staat dat de strijd tegen schijnzelfstandigheid onverminderd doorgaat. De sociale inspectie zal in 2026 vaker controleren of freelancers die voor één opdrachtgever werken, feitelijk geen werknemers zijn. Ook de loonkosten blijven een punt van zorg. Door aanpassingen aan de minimumlonen en de indexering van sociale bijdragen, wordt het duurder om personeel in dienst te hebben.
Tijd voor actie
Het jaar 2026 laat geen ruimte voor de automatische piloot. Door ingrijpende wijzigingen op lokaal, nationaal en Europees niveau is digitalisering nu een harde noodzaak. Ondernemers die proactief schakelen en hun administratie stroomlijnen, zijn het best gewapend om in dit complexe landschap te groeien.
Dit artikel is een externe bijdrage.