
Normaliter duurt een gameconsolegeneratie zo’n zeven jaar. Dan is de hardware ruimschoots ingehaald en snakken gamers naar iets nieuws – is wat Sony en Microsoft waarschijnlijk denken. De PlayStation 6 zou dan volgend jaar aan moeten uitkomen, maar dat gaat hem niet worden.
Tenminste, zo lijkt het, als we de berichtgeving van Bloomberg mogen geloven. Dit heeft niets te maken met een gebrek aan ambitie van uit Sony of vraag vanuit de markt – dit heeft alles te maken met de AI-markt en het feit dat datacenters geheugenchips opslokken. Bedrijven als Alphabet, Amazon, Microsoft en Meta spenderen miljarden aan die gebouwen en hebben steeds meer werkgeheugen nodig, waardoor andere fabrikanten vaker achter het net vissen.
Aan vraag geen gebrek
Ergens is dat logisch in een kapitalistische wereld, waar de hoogste betalen voorrang krijgt. Producenten van geheugenchips zien dollartekens in hun ogen als om de productie van die dingen gaat, waardoor er dus minder overblijft voor consumentenelektronica. De balans hierin is nu al maanden zoek en kan nog even aanhouden. Wanneer die voorbij is, weet niemand echt – maar het zou zomaar nog heel 2026 en 2027 kunnen duren, aldus experts.
Daardoor moeten allerlei bedrijven hun productplannen aanpassen, zodat ze om het gebrek aan werkgeheugen heen kunnen werken. Waarschijnlijk betekent dat dus vertraging op vertraging voor allerlei soorten consumentenproducten, zoals in dit geval spelcomputers (maar ook laptops, desktops, handhelds, smartphones en tablets). Je wil immers ook niet dat de prijzen zó hoog worden, dat mensen die apparaten niet meer (kunnen) kopen.
Het zilveren randje is dat de PlayStation 5, en waarschijnlijk ook de Xbox Series X, langer meegaan. Daardoor heb je voor die consoles meer waarde voor je geld, terwijl ontwikkelaars de systemen nog beter kunnen leren kennen om daar meer uit te persen.