
De zelfrijdende auto wordt ons al jaren beloofd. Vorig jaar mochten wij in Hamburg een autonoom stukje rijden in een “robotaxi”. Is het dan eindelijk zo ver en stap je binnenkort in Grijpskerk ook in een zelfrijdend taxibusje? Hoe staan we er echt voor, waarom moet je Tesla’s beloftes met een korrel zout nemen en hoe was mijn rit in de autonome Volkswagen in Hamburg?
Als je de beursanalisten mag geloven staan we aan de vooravond van een revolutie. De technologie zou ‘volwassen’ zijn en het is slechts een kwestie van tijd voordat je eigen auto je afzet en zelf een parkeerplek zoekt. Het klinkt fantastisch, maar als we voorbij de claims kijken, zien we een genuanceerder beeld. De zelfrijdende taxi komt er inderdaad aan, maar waarschijnlijk niet op de manier (of in de auto) die je verwacht.
Van DARPA tot Google Firefly
Het idee van een auto die zichzelf bestuurt, is niet nieuw. De echte start van de moderne race begon eigenlijk in 2004 met de DARPA Grand Challenge. Een race door de woestijn voor autonome voertuigen. Het eerste jaar haalde niemand de finish. De ‘winnaar’ strandde na 11 kilometer. Een jaar later haalden vijf teams de eindstreep. Dat was de oerknal.
Google zag het licht en begon Project Chauffeur, wat later Waymo werd. Misschien herinner je je de ‘Firefly’ nog: dat schattige, bolle wagentje zonder stuur of pedalen dat eruitzag als een koalabeertje op wielen. Het was een statement: de mens is de zwakste schakel, dus die halen we eruit.
Inmiddels zijn we jaren verder. Waymo heeft die eigen autootjes geparkeerd en stopt zijn technologie nu (opvallend genoeg) in elektrische Jaguars. Ze hebben miljoenen kilometers gereden in steden als Phoenix en San Francisco. En dat gaat – meestal – goed. Maar die stap van ‘99,999% goed’ naar ‘veilig genoeg om je kinderen in te zetten zonder chauffeur’, die laatste 0,0001 procent, is exponentieel moeilijker dan de eerste 99 procent.
Waarom je Tesla (nog) niet serieus moet nemen
De olifant in de kamer is Tesla. Als er één bedrijf is dat lawaai maakt over autonome taxi’s, is het dat van Elon Musk. Maar wie naar de techniek kijkt, ziet een fundamenteel probleem. Musk gokt alles op camera’s. Zijn theorie: mensen hebben twee ogen en kunnen rijden, dus een auto met camera’s moet dat ook kunnen. Hij noemt LIDAR (laserradar) en andere sensoren “krukken” voor slechte programmeurs. Dat klinkt stoer, maar het is technisch drijfzand.
Dit artikel is exclusief voor Bright++ leden. Profiteer van onbeperkte toegang tot alle Bright++ artikelen, achtergrondverhalen en analyses. Geen advertenties, geen beperkingen.
Al lid?Log in op je account