
Vereniging Eigen Huis onderzocht wat een thuisbatterij nu echt oplevert voor mensen met zonnepanelen. Het verbruik van eigen opgewekte energie stijgt zoals verwacht flink, maar de terugverdientijd blijft een moeilijk onderwerp, aldus de vereniging. Onze energie-expert Bram reageert op de resultaten.
Het onderzoek werd – in samenwerking met onderzoeksbureau CE Delft – gedurende een jaar uitgevoerd bij verschillende huishoudens in verschillende situaties, zo schrijf SolarMagazine. Huishoudens zonder thuisbatterij maar mét zonnepanelen gebruiken gemiddeld 30 tot 35 procent van hun eigen opgewekte stroom. Vergelijkbare huishoudens met zonnepanelen maar mét thuisbatterij weten gemiddeld 60 tot 70 procent van de zonnestroom zelf te gebruiken.
Vanaf 2027 is het ‘eigen gebruik’ van zonnestroom van eigen panelen belangrijk, omdat vanaf 1 januari de salderingsregeling stopt en paneel-eigenaren doorgaans geen cent meer voor de teruggeleverde stroom ontvangen. Elke zelf gebruikte kilowattuur zonnestroom blijft een besparing van zo’n 30 eurocent.
Thuisbatterij voor eigen energie, terugverdientijd varieert
Opvallend is de capaciteit van de thuisbatterijen. In veel gevallen bleek een batterij met een capaciteit van 5 tot en met 10 kWh de sweet spot, maar dat hangt af van het aantal zonnepanelen. Hoe meer panelen, hoe groter de batterij behoort te zijn om energie op te slaan. Deze energie moet wel volledig zelf weer te gebruiken zijn in de avond en nacht, want anders is de batterij niet leeg genoeg om de volgende dag weer eigen energie op te slaan.
Om die toename van 30 procent te bereiken, had een huishouden met 12 zonnepanelen doorgaans genoeg aan een 5 kWh-batterij. Huizen met 36 zonnepanelen waren beter uit met een 10 kWh-batterij.
Voor wie zonnepanelen heeft, helpt een thuisbatterij dus – zeker wanneer de salderingsregeling wordt afgebouwd – om de energierekening te verlagen.
De volgende verdieping is exclusief voor Bright++ abonnees:
De onderzoekers zien namelijk grote variatie in teruglevertijden. Dat heeft te maken met onzekerheid over toekomstige energieprijzen en of er een vast of dynamisch contract actief is. Dat maakt de investering voor pure financiële winst risicovol.