‘Mijn voornemens kwamen al in 2024 tot stand. Ons jongste kind was op kamers gegaan en alles voelde anders. Het was het einde van een tijdperk en dat was een beetje verdrietig. Maar het voelde ook fantastisch om weer wat meer eigen leven terug te krijgen. Ik zat boordevol plannen, de meeste heel geijkt: gezonder leven, afvallen, sporten. Maar ik was ook bezig met ingrijpendere beslissingen, zoals een andere baan zoeken en scheiden. Van die laatste twee wist mijn man Sander niets, het waren mijn geheime projecten. Ik wilde ander werk omdat ik me niet langer gewaardeerd voelde in mijn baan. En ik wilde alleen verder om dezelfde reden.
Erin 2.0
Sander en ik waren ruim dertig jaar samen. Het voordeel van zo’n lange relatie is dat je elkaar door en door kent. Het nadeel in ons geval was dat we voor mijn gevoel alles wel gezegd hadden wat er te zeggen viel. Zonder kinderen om voor te zorgen, waren de dagen saai en hoewel we wel ons best deden om samen dingen te ondernemen, voelde het toch vaak als een toneelstukje. Ik droomde van een eigen leven. Niet zozeer van een andere partner, maar van een eigen plek en de dagen zelf kunnen invullen, zonder rekening te hoeven houden met een ander. Ik zag mezelf al zitten, Erin 2.0, in een licht appartement met weinig spullen erin – ik wilde af van alle ballast, inclusief die van een relatie. Niet dat er geen liefde meer was, maar ik was ongedurig en ontevreden, en misschien ook wel een beetje geobsedeerd door wat ik op de socials zag langskomen van leeftijdsgenoten die het allemaal beter voor elkaar leken te hebben dan ik.
Machteloos op de woningmarkt
Scheiden was stap één in mijn masterplan, een andere baan was stap twee. Inmiddels weet ik hoe naïef het van me was, maar ik redeneerde alsof ik weer begin dertig was, in de economie van 1995, toen ik mijn huidige baan had gekregen. Al heel snel kwam ik erachter dat ik van mijn salaris nooit dat droomappartement zou kunnen kopen. Ik had vaak gedacht dat mensen een beetje overdreven deden over de crisis op de woningmarkt, maar het was eerder nog erger dan ze zeiden. Voor sociale huur was mijn inkomen te hoog, maar zou ik gaan huren, dan bleef er amper nog geld over om van te leven. Hoe meer ik rekende, hoe gênanter het werd dat ik ons huidige leven zonder schulden dankzij twee inkomens niet wat hoger had gewaardeerd. Realistisch gezien zou de vrijheid van het alleen verder gaan me vooral geldzorgen opleveren en bepaald niet het ‘reisjes-naarIbiza’-bestaan dat ik online zag. Een andere baan met misschien een hoger salaris vinden, bleek ook niet zo makkelijk.
Afgewezen op leeftijd
Je hoort links en rechts dat ze om extra mensen zitten te springen. Ik heb ervaring en mijn vakkennis is helemaal up-to-date, ik dacht echt dat ik vlot ergens anders zou kunnen beginnen. Ik solliciteerde op banen die voor me gemaakt leken te zijn, maar werd toch steeds afgewezen. Bouwjaar 1971, ik had zomaar het gevoel dat dat een rol speelde, al kreeg ik altijd andere redenen te horen als ik een afwijzing nabelde: ‘Te hoog gekwalificeerd, niet wat we zoeken voor het team, geen ‘cultural fit’’, wat dat ook mag zijn. Ik was daar behoorlijk verongelijkt over, maar kon bij niemand mijn hart luchten, want niemand wist nog van mijn plannen om het ‘allemaal anders’ te gaan doen. Wel kon ik er behoorlijk wakker om liggen dat mijn beeld van mezelf blijkbaar niet overeenkwam met hoe anderen me zagen. En hoe volstrekt machteloos je daarin staat. Je doet er niets aan. Als je aan alle eisen voldoet, ervaring hebt, drie talen spreekt, nooit langer dan twee dagen ziek bent geweest en er verzorgd uitziet, gaat toch de voorkeur uit naar iemand die jonger is. Dat was een harde les. Intussen was het al bijna Pasen. Ik had ‘elke week twee keer sporten’ exact drie weken volgehouden en de glorie van een paar kilo afvallen door koolhydraatarm te eten was er wel van af – ik snakte door alle stress naar brood, pasta en chocolade.
Ondankbaar
Toen gebeurden er drie dingen die alles op zijn kop zetten. Mijn bejaarde, alleenwonende moeder viel en brak haar heup. Op mijn werk kwam opeens een reorganisatie uit de lucht vallen. En ik vond tijdens het douchen een knobbeltje in mijn borst. Koud zweet onder warm stromend water. Nog eens voelen. Ik kon niet doen alsof het er niet was. De huisarts pakte resoluut door, binnen een dag kreeg ik al een mammografie in hetzelfde ziekenhuis waar mijn moeder lag. Die was inmiddels geopereerd en scharrelde al met een rollator zelf naar het toilet. Ze zou later die week naar huis mogen, maar wel hulp nodig hebben. De wijkzorg was overbelast; er werd een dringend beroep op de familie gedaan. Normaliter zou ik daar niet van zijn geschrokken, maar gezien mijn eigen situatie raakte ik toch even in paniek. Toen ik na de mammo met ijskoude handen van de zenuwen terug naar de auto liep, kreeg ik een mailtje binnen van mijn werk, waarin ik werd uitgenodigd om op mijn eigen baan te solliciteren. Dat was het moment dat ik besefte dat je een beetje sleur pas waardeert als je hele leven op zijn kop staat.
Lieve, saaie Sander ontpopte zich als een ware held, die bij mijn moeder beugels ophing waar ze zich aan vast kon houden en oplette bij alles wat we voor haar moesten regelen aan boodschappen, wijkzorg en fysiotherapie. Hij ging naar de thuiszorgwinkel om hulpmiddelen te lenen en heeft de eerste nacht dat ze thuis was zelfs bij mijn moeder op de bank geslapen. ‘Jij hebt je rust nodig’, zei hij. Je schoonmoeder naar het toilet helpen, het is niet niks. Intussen was hij ook bij mijn afspraken in het ziekenhuis, die van eng naar enger gingen. Meer onderzoeken, een biopsie onder plaatselijke verdoving die toch behoorlijk pijn deed, steeds maar wachten op volgende uitslagen. Mijn hoofd stond helemaal niet naar een swingende sollicitatie schrijven, maar ik kon op mijn werk moeilijk aangeven dat ik mogelijk ziek was – dan zou ik vast nooit meer worden aangenomen.
‘Hoe bizar het was dat ik me zo druk maakte over die paar kilo te veel’
Ik heb in die weken veel wroeging gevoeld. Dat ik er zo makkelijk over dacht om mijn leven eens even lekker om te gooien. Hoe ondankbaar en decadent dat was. Weinig realistisch ook. Hoe luxe het was om te solliciteren vanuit een baan, zodat ik eigenlijk niets te verliezen had. Hoe bizar het was dat ik me zo druk maakte over die paar kilo te veel. Hoe onaardig het van me was dat ik niet meer oog had voor alles wat Sander eerder al deed. Toen het misging zag ik pas echt wat hij te bieden had aan rust en hulp, maar die dingen waren er natuurlijk eerder ook altijd al. Hoe hij voor ons allemaal klaarstond heeft me onze relatie echt doen heroverwegen. Het vanzelfsprekende waarmee hij dingen oppakte, hoe hij meedacht, hoe hij hielp onze kinderen niet ook doodongerust te maken. Dat is dan toch het gevolg van al zolang je leven met elkaar delen. Niet dat ik ergens in mijn achterhoofd geen zorgen meer had over onze relatie en hoe we ouder zouden worden, maar als ‘ouder worden’ geen garantie meer is, verschuiven toch je prioriteiten.
Uit de overlevingsstand
Mijn moeder knapte op, maar werd niet meer de oude en had echt meer mantelzorg nodig. Ik werd geopereerd. Gelukkig waren we er vroeg bij, maar ik moest wel preventieve chemotherapie ondergaan om de kans op uitzaaiingen te verkleinen. Me ziek melden, durfde ik niet, uit vrees te worden weggesaneerd. Ik weet niet hoe ik het voor elkaar heb gekregen om drie sollicitatierondes lang gemotiveerd en enthousiast over te komen, want ik was fysiek gesloopt. Bij de laatste liep ik opgewekt het kantoor van HR uit, rechtstreeks naar de toiletten om over te geven. Daarna terug naar mijn bureau en na werktijd door naar mijn moeder om daar even te redderen. Dan was het zo fijn om thuis te komen bij Sander die had gekookt, maar niet moeilijk deed als ik het bij een beschuitje hield.
Ik heb met hem het einde van de chemo gevierd en het behoud van mijn baan. En alles wat we samen hebben. Ik heb hem gezegd hoezeer ik hem waardeer en alles wat hij heeft gedaan. Nu we langzaam uit de overlevingsstand komen, zijn we samen aan het uitvogelen hoe we het weer leuk kunnen hebben. Ook hij is moe van de afgelopen maanden. We zijn graag thuis en liggen vroeg in bed. Goed beschouwd is ons leven saaier dan ooit, maar ik koester elke minuut die ‘gewoon’ aanvoelt. Dak boven ons hoofd, we hebben elkaar, de kinderen zijn gezond, de mantelzorg is nog te overzien, we hebben allebei werk, de berichten uit het ziekenhuis zijn bemoedigend. De onvrede die ik eerder had is helemaal weg, ik ben vooral heel erg dankbaar voor alles wat er nog is. Mijn voornemens heb ik bijgesteld, of beter gezegd, opgezegd. Ik hoef niet meer zo nodig alles anders, ik wil eigenlijk vooral meer van hoe het eerst was. Het is al zo fijn dat ik weer een beetje vertrouwen in mijn lichaam begin te krijgen. En dat we in rustiger vaarwater zijn gekomen. Ik durf er niet aan te denken hoe mijn leven zou zijn geweest met een nieuwe baan in een ander huis zonder mijn man. Het is een zegen dat al mijn voornemens mislukt zijn.’
De namen in dit artikel zijn gefingeerd.