
De race om een Europese AI-kampioen is officieel begonnen. Waar de schreeuw om onafhankelijkheid al langer te horen was, klinkt dit dankzij de huidige relatie met de Verenigde Staten harder dan ooit. Overheden, universiteiten en start-ups zijn dus als een gek bezig om het gat met Amerikaanse grootmachten te dichten en willen met een eigen DeepSeek-verhaal komen.
Dat is niet vreemd, want op vrijwel elk niveau van de AI-race lopen Amerikaanse spelers voorop. Het maakt niet uit of je het over datacentra, modellen of toepassingen hebt: bedrijven als Nvidia, Google, Meta, OpenAI en Anthropic domineren de markt.
De doorbraak van het Chinese DeepSeek, inmiddels alweer even geleden, zorgt overigens wel voor hoop. Dat is dus de reden dat het debat in Europa nieuw leven wordt ingeblazen. Al zoeken Europeanen wel naar iets anders dan de Amerikanen.
Europa gaat in AI-race voor openheid en soevereiniteit
Europese partijen lijken hun heil te zoeken in open source. Door modellen publiek beschikbaar te maken, hopen de onderzoekers dat verbeteringen zich sneller opstapelen. Met andere woorden: er is hoop dat deze aanpak de ontwikkeling op AI gebied zal versnellen, simpelweg omdat er meer ogen op gericht zijn.
Tegelijkertijd zorgt de zeer slechte relatie met de Verenigde Staten ook voor urgentie. Europese beleidsmakers vrezen dat AI-afhankelijkheid een onderhandelingszwakte wordt bij zaken als handel, veiligheid en regelgeving. Hoewel het nog niet helemaal duidelijk is hoe ver “digitale soevereiniteit” moet gaan, is wel duidelijk dat Europa behoefte heeft aan een eigen, en vooral geloofwaardig, alternatief.