‘Op mijn 48ste viel ik als een blok voor een knappe man, type zeiler: lang, gebruind, iemand die het leven niet al te zwaar opnam. Hij leefde niet om te werken, maar werkte om te kunnen leven, zei hij. Dat betekende in zijn geval rond vier uur ergens op een terras of in een grand café neerstrijken, beetje borrelen, uit eten en dan zien waar de avond toe leidt. Zo leerde ik hem ook kennen. Ik was met een vriendin in de stad, ging een drankje halen aan de bar en raakte met hem aan de praat. Het was meteen turboflirten. Voor hij vertrok, stopte hij aan mijn tafeltje en schoof me zijn 06-nummer op een bierviltje toe. Jack heette hij. Mijn vriendin moest lachen om zijn brutaliteit, maar keek er wel van op dat ik dat viltje in mijn tas stak. ‘Daar ga je toch hopelijk niets mee doen?’ Ik wuifde het weg: ‘Ben je mal, gewoon goed voor mijn ego om weer eens versierd te worden.’
Om cool te lijken heb ik een week gewacht voor ik hem appte. Jack antwoordde meteen en stelde voor aan het einde van de middag samen wat te gaan drinken. Ik was nieuwsgierig en het leek me onschuldig. Daarmee rechtvaardigde ik het voor mezelf, want hij spookte al een week door mijn hoofd. Zo’n spannende man had nog nooit eerder interesse in me gehad. En na die eerste mojito, waarmee we op elkaar proostten, was ik verloren. Smoorverliefd, zoals je op je zeventiende kunt zijn. Maar dan als getrouwde vrouw met een dochter op kamers. Ik wist dat ik me schuldig moest voelen ten opzichte van mijn man, maar het was alsof ik koorts had en niet meer normaal kon nadenken. Ik dacht aan niets anders meer, ik ploos zijn socials uit, ik leefde voor zijn appjes en onze borrels, die al snel de vorm kregen van even een hotelkamer boeken. Daarmee was het officieel een affaire. Alles wat eraan vooraf was gegaan, kon ik nog aan mezelf verkopen als ‘afleiding’ en ‘niet echt ontrouw’. Maar eenmaal in het stadium van lingerie en niet eens zo heel goede seks, wist ik dat ik een grens had overschreden.
Hoe dat zo gemakkelijk was gegaan, begreep ik niet zo goed. Ik was altijd trouw geweest. Mijn man Coen en ik waren een goed functionerende ‘gezinsunit’, zoals dat tegenwoordig heet. Niets te klagen, hooguit een beetje ingedut. Hij was geen gebruinde zeiler, maar een lieve vader en een goede partner. Of zoals een vriendin die me met Jack had gezien zei: ‘Je speelt met vuur.’ Dood spoor Misschien wilde ik dat wel. Ik heb alles altijd volgens het boekje gedaan. Een saaie studie gedaan waarin werk te vinden was. Getrouwd met een man die op veel manieren een ideale schoonzoon was – en dat bedoel ik niet gemeen. Ik was minder gaan werken om vaker thuis te kunnen zijn voor onze dochter en maakte meer uren sinds die op kamers zat. Het klinkt ondankbaar omdat er geen echte problemen waren, maar ik had het gevoel dat ik op een dood spoor zat. Ik was moeder van een studente, ik had opvliegers, ik zag een traject voor me van mantelzorg voor mijn ouder wordende ouders, elke avond met mijn man op de bank tv-kijken, zelf iets gaan mankeren en uiteindelijk doodgaan.
Jack stond voor een ander leven, met zijn open jeep die hij gewoon het strand opreed ‘want ze kennen me hier’. Plichtsbesef leefde bij hem niet zo, hij was meer het pluk de dag-type en het fascineerde me dat je zo vrij en zorgeloos kon leven. Ik was zo krols dat ik onvoorzichtig werd. Mijn man vroeg botweg of er een ander was en ik wilde niet blijven liegen. Dat draaide uit op een nogal zakelijk gesprek. Hij was erg boos en erg teleurgesteld. Ik stelde voor dat ik wat spullen zou pakken en tijdelijk elders zou gaan wonen, om alles te laten bezinken. Met twee tassen met kleren, spullen en mijn laptop reed ik naar een B&B. Met het hart in mijn keel, omdat tot me doordrong dat mijn huwelijk zo goed als zeker voorbij was. Maar ook met het overweldigende gevoel voor het eerst sinds mijn verloving weer echt vrij te zijn.
‘Jacks manier om met een probleem te dealen was een fles prosecco opentrekken en me wijzen op de zonsondergang’
Met Jack werd het daarna een echte romance. Ik ben nooit bij hem ingetrokken, want ik had zomaar het gevoel dat dat de magie van de relatie zou halen. Wel gingen we samen zeilen, dat was ook een soort samenwonen. Maar ik woonde in wisselende B&B’s en ik bleef wel gewoon werken, om een eigen inkomen te hebben. Het was een wat onrustig bestaan, maar ik had wel weer het gevoel dat ik echt leefde. En dan niet als ‘vrouw van’ en ‘moeder van’, maar als Maaike. De seks werd beter, weer begeerd worden was fantastisch. Hoewel ik soms ook eenzaam was. Het nadeel van een levensgenieter is dat hij geen zin heeft in emoties en toestanden. Jacks manier om met een probleem te dealen was een fles prosecco opentrekken en me wijzen op de zonsondergang. Hij was weinig empathisch aangelegd en ik kon best een beetje steun gebruiken, want zoals verwacht waren veel mensen boos op me.
Coen, uiteraard. Onze dochter, die niet begreep hoe ik dit haar vader kon aandoen en me verweet dat ik ons gezin kapot had gemaakt. Vrienden die de kant van Coen kozen, kennissen die me een slet noemden en dat niet eens achter mijn rug om deden. Vriendinnen die afstandelijker deden, alsof ik het opeens ook op hun partners voorzien had. Ik kreeg te maken met een hoop seksisme, waar mannen volgens mij niet mee worden lastiggevallen als ze vreemdgaan. Mannen worden eerder vergeven (‘Hij is nu eenmaal zo’), vrouwen lijken zich meer te moeten schamen (‘Zoiets doe je toch niet?’). In die adembenemende zomer met Jack hebben heel veel contacten afgehaakt. Dat vond ik pijnlijk, maar tegelijk was mijn leven met Jack zo spannend en zo avontuurlijk, dat ik niet in staat was er weerstand aan te bieden. Ik wilde alleen maar meer en kon dat prima voor mezelf goedpraten.
Grote meid
Uit het feit dat ik met Jack nooit verder keek dan een paar dagen, blijkt misschien wel dat ik mezelf niet oud zag worden met hem. Hij was sexy en ik was niet de enige die dat vond en Jack wist het ook van zichzelf. Toen ik merkte dat hij minder vaak kon afspreken vanwege ‘werk’, terwijl ik wist dat zijn werk bestond uit een paar uur per dag beleggen vanachter zijn laptop, voelde ik dat niet alleen de zomer, maar ook de liefde aan het uitdoven was. Dat was even slikken, ook omdat inmiddels de scheiding van Coen in gang was gezet en ik afgezien van mijn zus eigenlijk geen sociaal netwerk meer had. Ik besloot de eer aan mezelf te houden en er een punt achter te zetten voor ik zou worden gedumpt. Je vent bedriegen is al sneu genoeg, je lover smeken om het niet uit te maken, leek me een dieptepunt in zelfrespect.
Jack leek opgelucht; ik had goed aangevoeld dat hij weer om zich heen aan het kijken was. We hebben afscheid genomen met de conclusie dat we een mooie zomer hadden gehad. Ik heb me groot gehouden en pas in de auto tranen met tuiten gehuild. Om Jack of misschien wel meer om het gevoel dat hij me gaf. Om het feit dat ik niet meer naar huis kon en al mijn sociale kapitaal had verspeeld. Om 49 te zijn, zonder dak boven mijn hoofd, wiebelig van de hormonen, met een tas vol geile lingerie die me opeens bespottelijk onpraktisch voorkwam. Niet lang daarna kwam mijn scheiding rond. Mensen vonden dat het mijn ‘verdiende loon’ was. Weer die dubbele moraal; hoe vaak zal een man dat te horen krijgen? Ik zie ons huwelijk maar als ruim twintig mooie jaren met vooral goede herinneringen en probeer het niet al te chique einde – mijn schuld – niet alles te laten overschaduwen. De verkoop van ons huis gaf me in ieder geval wat financiële ruimte. Ik heb een kleine flat kunnen kopen, dicht bij het centrum. Daar kom ik Jack nog weleens tegen met zijn nieuwe vriendin en dat doet me dan verdriet, maar ik probeer een grote meid te zijn. Iemand die nu echt haar eigen leven heeft en zelf bepaalt hoe ze dat inricht.
‘Ik heb spijt van het verdriet dat ik heb veroorzaakt, maar niet van het feit dat ik voor het eerst in ruim twintig jaar eens voor mezelf heb gekozen’
Het contact met mijn dochter is gelukkig verbeterd. Ze baalt ervan dat ze geen ouderlijk huis meer heeft en dat snap ik. Ik heb onderschat wat mijn affaire met haar zou doen en heb haar te veel gezien als een gelijke die het wel zou begrijpen. Coen heeft een ‘opknappertje’ buiten de stad kunnen kopen, klust en lijkt redelijk tevreden. Daar ben ik blij om, want hij is natuurlijk door mij in deze situatie terechtgekomen.
Geen spijt
Een van de weinige vriendinnen die ik nog heb, vroeg me of ik het anders had gedaan als ik had geweten hoe het zou aflopen. Om eerlijk te zijn weet ik niet of ik het anders had kúnnen doen. De verliefdheid was zo heftig, ik was gewoon krols op een moment in mijn leven dat ik erg gevoelig was voor aandacht en iets anders dan ik gewend was. Dus het antwoord is nee. Ik heb spijt van het verdriet dat ik heb veroorzaakt, maar niet van het feit dat ik voor het eerst in ruim twintig jaar eens voor mezelf heb gekozen. Vrouwen zijn zo geconditioneerd om te dienen en zich te schikken, dat ik er op een vreemde manier trots op ben dat ik daar tegen – in ben gegaan. Om ook de volgende vraag maar te beantwoorden: ik zou geen doorstart willen met Coen. Volgens mij zouden we dan een volstrekt ongelijkwaardige relatie hebben – hoe lang zou ik me schuldig moeten blijven voelen? Zou hij me ooit vergeven? Ik denk niet dat we opnieuw gelukkig zouden kunnen worden, ik ben natuurlijk niet voor niets ontrouw geweest. Dus ook zonder happy end kan ik prima leven met hoe het is gegaan.’