
Chinese wetenschappers hebben iets opmerkelijks ontdekt in maanstof van de achterkant van de maan: piepkleine koolstofbuisjes die tot nu toe alleen in de meest geavanceerde laboratoria op aarde gemaakt konden worden.
De ontdekking werd gedaan in monsters die tijdens de Chinese Chang’e-6 missie in 2024 naar de aarde zijn gebracht. Tijdens die missie is voor het eerst in de geschiedenis materiaal van de achterkant van de maan verzameld, het deel dat we vanaf de aarde nooit kunnen zien.
Onderzoekers van Jilin University in het noordoosten van China onderzochten het maanstof in het laboratorium. Daarbij vonden ze onder meer zogenaamde koolstofnanobuisjes. Dat zijn minuscule holle cilinders waarvan de wand slechts één atoom dik is. Een menselijke haar is ongeveer 80.000 keer dikker.
Dit soort nanobuisjes zijn bijzonder interessant voor wetenschappers en ingenieurs. Ze zijn ongelooflijk sterk, geleiden elektriciteit uitstekend en hebben allerlei mogelijke toepassingen in elektronica en de materiaalwetenschappen. Tot nu toe werden ze uitsluitend in laboratoria gefabriceerd.
Hoe zijn ze ontstaan?
De onderzoekers denken dat de buisjes op de maan zijn gevormd door een combinatie van factoren: inslagen van micrometeorieten, vulkanische activiteit in het verre verleden, ijzerdeeltjes die als katalysator werkten en de constante bombardering van de zonnewind.
Eerder werd op de voorkant van de maan al grafeen gevonden. Dat is een ander bijzonder koolstofmateriaal dat bestaat uit een laagje van één atoom dik. Volgens de onderzoekers kunnen deze ontdekking ons helpen om dergelijke materialen makkelijker zelf te produceren.