Dit artikel komt uit een interview met Nieuwe Revu. De nieuwste Nieuwe Revu ligt vanaf woensdag 14 januari in de winkel en is te bestellen via tijdschrift.land.
Nasrdin Dchar staat deze maand in het theater met zijn nieuwe voorstelling Wat als…, waarin hij zijn eigen ‘doemdenken’ onder de loep neemt. Want hoewel hij zelfverzekerd oogt op de rode loper, worstelt de acteur al zijn hele leven met hypochondrie en paniekgedachten. “Het gaat eigenlijk altijd over de dood en enge ziektes,” vertelt hij. “Mijn hoofd werkt blijkbaar zo dat gedachtes mij eerder naar het negatieve dan naar het positieve brengen.”
Van angsthaas naar entertainer
Toch is het juist die angst die hem, ironisch genoeg, naar de top heeft gebracht. Als kind vroeg hij veel aandacht voor zijn bange gevoelens, maar hij leerde daar al snel een andere kant tegenover te zetten: de entertainer. “Ik ben niet alleen maar die angsthaas, je kunt ook met me lachen,” aldus Nasrdin.
Die drive om zichzelf te bewijzen en hard te werken is nooit meer weggegaan. Waar hij vroeger als tiener al tegen zijn vrienden zei dat ze hem ooit op het witte doek zouden zien, leeft hij nu – op 47-jarige leeftijd – zijn jongensdroom.
Self-made man
“Het grootste succes dat een mens kan hebben, is het verwezenlijken van je dromen,” zegt Nasrdin stellig. “Ik merk dat ik dat naarmate ik ouder word steeds meer durf te zeggen. En steeds meer own. Ik durf hardop uit te spreken dat ik trots ben op de deuren die ik zelf heb ingetrapt. Ik heb letterlijk mijn eigen kansen gecreëerd.”
Winners never quit
Naast zijn carrière en zijn activisme, is zijn gezin zijn belangrijkste drijfveer. Sinds de komst van zijn kinderen kijkt hij bewuster naar de toekomst en financiële stabiliteit, iets wat daarvoor “hem geen bal kon schelen”. Zijn levensmotto? Winners never quit and quitters never win. Of het nu gaat om een potje padel of het veroveren van een plek in de acteerwereld. “Doe de dingen die je wilt doen, want je leeft maar één keer. Haal daar alles uit.”
Het volledige interview met Nasrdin Dchar lees je vanaf woensdag in Nieuwe Revu.