
OpenAI verschuift de koers in 2026 naar de “praktische adoptie” van kunstmatige intelligentie, zo schrijft financieel directeur Sarah Friar in een recente blogpost. Zo liggen de kansen voor het oprapen binnen verschillende gebieden, zoals gezondheid, wetenschap en meer, aldus Friar.
Hoewel het bedrijf astronomische bedragen investeert in de benodigde infrastructuur — de fysieke rekenkracht en datacenters die nodig zijn om AI te draaien — ligt de focus nu op het dichten van het gat tussen wat de techniek theoretisch kan en hoe mensen die in de praktijk gebruiken. Volgens Friar liggen de grootste kansen in de zorg, de wetenschap en het bedrijfsleven, omdat hogere intelligentie daar zou kunnen leiden tot tastbare verbeteringen, zoals snellere medische ontdekkingen of efficiëntere werkprocessen.
De groei van het bedrijf wordt aangedreven door een zogenaamde vliegwieleffect, waar grote hoeveelheden rekenkracht kan leiden tot baanbrekend onderzoek. Dat kan dan betere producten opleveren. Die producten trekken meer gebruikers en inkomsten aan, die OpenAI vervolgens herinvesteert in nog meer rekenkracht om de cirkel te herhalen.
Hoewel het aantal dagelijkse gebruikers recordhoogtes bereikt, zijn de kosten ook ongekend hoog. In november vorig jaar had het bedrijf voor maar liefst 1,4 biljoen dollar aan financiële verplichtingen uitstaan voor de uitbouw van hun wereldwijde netwerk van servers en chips. Ja, de focus ligt op het praktische nut, maar dus ook op het geld verdienen.
De focus van OpenAI
Om de investeringen terug te verdienen, breidt OpenAI zijn verdienmodel uit. Naast de introductie van advertenties op het platform en het goedkopere ChatGPT Go-abonnement, kijkt het ook naar nieuwe manieren om aan de waarde van AI te verdienen.
In sectoren zoals de farmaceutische industrie of de financiële wereld wil OpenAI gaan werken met licenties en prijsmodellen op basis van resultaten. In plaats van te betalen voor een abonnement, betaalt een bedrijf dan bijvoorbeeld voor het succesvol ontwikkelen van een nieuw medicijn. Volgens Friar volgt de AI-markt hiermee hetzelfde pad als de evolutie van het internet.
Het beheren van de groei vereist een strakke discipline, omdat de vraag van gebruikers en de beschikbare capaciteit van servers niet altijd gelijk zijn aan elkaar. OpenAI kiest er daarom voor de risico’s te spreiden door samenwerkingen aan te gaan met externe cloudaanbieders in plaats van alle hardware zelf te bezitten. Het investeert z’n kapitaal in fasen, gebaseerd op de werkelijke vraag vanuit de markt, zodat het flexibel blijft, zonder zichzelf financieel vast te zetten.