
Bambu Lab heeft een indrukwekkende line-up aan printers die ze ook nog eens met een razend tempo vernieuwen. In de grote H2 serie is nu de meest indrukwekkende variant te koop: de H2C met 6 verwisselbare printkoppen.
Het uitpakken is bij Bambu een goeie indicatie van hoe goed er over alles is nagedacht. Het AMS (apparaat dat vier rollen plastic kan bewaren in verschillende kleuren en die kan voeren aan de printer) dat in de combo package meegeleverd is zit vastgeschroefd in de binnenkant van de printer. Superstevig, geen kans op schade.
Toen ik de printer voor het eerst aanzette voor de initiële setup, liep hij steeds vast op het laatste stapje. Een foutmelding bleef maar terugkomen. Na drie mislukte pogingen heb ik het hele apparaat – en dat is geen lichtgewicht – naar de woonkamer gesleept. Er zit namelijk een klein stukje materiaal achter het printbed dat even warmgemaakt wordt door de printkop. Daarna kijkt de camera waar het warme plekje is. Maar zelfs bij kamertemperatuur kon de camera niets registreren vanwege een te lage omgevingstemperatuur. Pas nadat ik het heatbed handmatig naar 50 graden had gestookt om de sensoren voor de gek te houden, wilde de H2C aan zijn rondedans beginnen.
H2S, H2D of H2C?
Bambu Lab lanceert met de H2-serie drie smaken. De H2S (Single) is de standaard opvolger van de X1: snel, betrouwbaar, één kop. De H2D (Dual) heeft twee onafhankelijke koppen, ideaal voor snel tweekleurenprinten of support-materiaal. En dan is er dus dit topmodel: de H2C (Combi/Color).
Laat ik maar meteen met de deur in huis vallen: tenzij je zeker weet dat je dagelijks objecten print met drie, vier of nog meer kleuren, kun je de H2C beter laten staan. De H2D is voor de meeste mensen de slimmere keuze. Die is minder complex en doet wat hij moet doen – snel wisselen tussen twee materialen – zonder het gedoe dat de H2C introduceert.
De bottleneck van de twee rietjes
Het grote verkoopargument van de H2C is die geavanceerde printkop die moet afrekenen met purge waste (die drolletjes filament die de printer uitpoept bij een kleurwissel). Minder afval is top, maar de manier waarop Bambu dit heeft opgelost, voelt als een compromis.
Er lopen namelijk maar twee PTFE-buizen (de ‘rietjes’ waar het filament doorheen gaat) de kast in. Eén voor de linker nozzle, één voor de rechter (gekoppeld aan de AMS). Bambu legt in hun video’s uit dat dit een bewuste keuze was om het ecosysteem simpel te houden en compatibel te blijven met de bestaande AMS-units. Begrijpelijk vanuit hun oogpunt, maar jammer voor ons.
Het resultaat is namelijk dat je bij complexe meerkleurenprints nog steeds zit te wachten op het in- en uitladen van filament door die ene buis. Ja, je hebt minder purge, maar de tijdswinst is minimaal. Vergelijk je dit met een ‘echte’ toolchanger zoals de Prusa XL – die voor elke kleur een compleet andere printkop uit het rek pakt en direct verder gaat – dan voelt de H2C toch een beetje als sjoemelen. De printer wisselt in razend tempo de kop uit, maar daarna moet het AMS elke keer een kleur plastic terugspoelen en een andere weer voeren.
Wanneer wil je hem wel?
Is het dan alleen maar kommer en kwel? Zeker niet. Als je echt los wilt gaan met kleur, is het Bambu-ecosysteem nog steeds onverslaanbaar in gebruiksgemak. Je knoopt zo vier AMS-units aan elkaar voor in totaal 16 kleuren.
Maar de echte killer feature van de H2C (en de H2D) is niet kleur, maar materiaal. Als je PLA print, wil je bijvoorbeeld supportmateriaal van PETG gebruiken (of andersom). Die twee hechten niet aan elkaar, waardoor je na afloop je supports er zo vanaf klikt. Met één printkop is dat een drama, omdat de restjes PETG in de nozzle je PLA-print verpesten (“cross-contamination”). Met de H2C houd je die werelden gescheiden. Dat werkt fantastisch en levert prints op die aan de onderkant net zo strak zijn als aan de bovenkant.
Conclusie
De Bambu Lab H2C is een indrukwekkend stuk techniek, maar een paar extra buisjes naar binnen voor het filament zou hem onverslaanbaar maken. Voor de prijs en de complexiteit biedt hij voor de gemiddelde maker te weinig voordeel boven de goedkopere H2D.
De concurrentie zit bovendien niet stil. Apparaten zoals de Prusa XL, de Snapmaker J1 en de aankomende Core One L met INDX hijgen in de nek. Geen van allen zijn ze een exacte 1-op-1 vergelijking qua prijs en features, maar ze laten wel zien dat er meerdere wegen naar Rome leiden.