Aart Veldhof mag zich sinds afgelopen najaar winnaar van survivalprogramma Kamp van Koningsbrugge noemen. De geboren Zeeuw (Kloetinge) is echter veel meer dan dat. Veldhof is jeugdbeschermer bij Jeugdbescherming Brabant en een van de gezichten van een campagne die een einde moet maken aan het ernstige jeugdbeschermerstekort in Nederland: Ik doe het! Jij ook?. Metro sprak met deze bevlogen persoonlijkheid.
Tijdens het videobellen zit Aart Veldhof (32, nu woonachtig in Breda) met zijn eerste kind op de arm. Deze ‘wolk van een zoon’ kwam eind december ter wereld. Hij kan meteen al trots zijn op zijn sportieve pa. Aart, die op hoog amateurniveau bij RBC Roosendaal voetbalt („laatste seizoen”), mag zich namelijk de laatste winnaar van Kamp van Koningsbrugge noemen. De loeizware editie speelde zich af in de hitte en de jungle van Suriname.
We vragen hem daar uiteraard naar, voordat we overgaan op het werkelijke doel van het gesprek: aandacht vragen voor het vak van jeugdbeschermer. Veldhof is één van de 3000 jeugdbeschermers en jeugdreclasseerders die ons land rijk is. Of beter: arm. Zij moeten namelijk meer dan 30.000 kinderen en gezinnen, die met jeugd- en kinderbescherming te maken hebben, helpen. Jeugdzorg staat behoorlijk onder druk. Je hoeft geen professor te zijn om aan te voelen dat de genoemde campagne Ik doe het! Jij ook? hard nodig is.
Aart in Kamp van Koningsbrugge
Wat was voor jou de trigger om aan zoiets zwaars als Kamp van Koningsbrugge mee te doen?
Aart Veldhof laat met een glimlach zijn prijs zien, een ronde coin en een mooi doosje: „Het ging om de eer, niet om geld zoals je ziet. Het zit een beetje in mijn natuur om altijd uitdagingen op te zoeken en te kijken waar mijn grenzen liggen. Eerst in het voetbal, waarmee ik een tijdje stopte om marathons te lopen. Ik ga dan ook meteen voor een bepaalde tijd waarbinnen ik de marathon wil lopen. Kamp van Koningsbrugge keek ik en ik heb altijd geroepen: ‘Ooit doe ik mee’. Ik zag online dat seizoen 6 het meest intensieve en zware tot nu toe zou worden en dacht toen ‘dit is mijn moment’.”
Wat was het zwaarste uiteindelijk?
„De stressnacht die ik met een zak over mijn hoofd moest doorstaan. Dat was fysiek niet het zwaarste, maar het emotionele en mentale aspect wel. Urenlang moest ik met die zak over mijn hoofd blijven zitten en stressposities innemen, zoals met mijn armen omhoog. Dat gebeurde in combinatie met emotionele triggers, zoals het laten zien van een filmpje van mijn toen zwangere vriendin. Een paar tellen na die video, kreeg ik de zak weer over mijn hoofd. Ja, dat was met afstand het zwaarste.”
Lessen meegenomen naar eigen leven en dat van de jeugdbeschermer
Heeft Kamp van Koningsbrugge je lessen geleerd die je uit Suriname mee terugnam naar je eigen leven en je werk als jeugdbeschermer?
„Stap voor stap probeer ik wel bepaalde dingen te implementeren mijn leven en werk. Als je kijkt naar Kamp van Koningsbrugge en het werk van de commanders, dan is het heel belangrijk dat je je leert focussen op je taak. En dat je niet te veel meegaat in negativiteit of tegenslagen. Dat is vooral iets wat je ziet bij mijn baan als jeugdbeschermer. Eigenlijk gaat er nooit iets zoals je van tevoren had bedacht of gehoopt. Ieder moment kan er iets gebeuren. Een escalatie bij iemand thuis, of je krijgt opeens een telefoontje dat een ouder is opgepakt waardoor kinderen op straat staan. Je kunt dan blijven hangen in ‘wat verschrikkelijk’ of ‘hoe kunnen die ouders dat nou doen?’. Maar ik probeer me te focussen op ‘oké, dit is de situatie, hoe ga ik er nou voor zorgen, binnen mijn mogelijkheden, dat ik die situatie voor die kinderen weer beter kan maken?’. Actie ondernemen dus.”
En voor je eigen leven?
„Als persoon ben ik best meegaand. Ik ben een beetje zacht of gevoelig voor sfeer en vind het belangrijk dat andere mensen zich goed voelen. Daardoor cijfer ik mezelf weleens weg. In ‘Kamp’ heb ik geleerd om te staan voor wie ik ben en me uit te spreken als ik ergens mee zit of iets onprettig vind. Ook als het ten koste gaat van het gevoel van iemand anders. Grenzen aangeven en die bewaken, ja, dat heb ik wel meegenomen.”
Van fysiotherapie naar jeugdbeschermer
Sinds wanneer ben je jeugdbeschermer bij Jeugdbescherming Brabant?
„Bijna twee jaar, nog niet lang. Hiervoor ben ik 7,5 jaar fysiotherapeut geweest en via een zij-instroomtraject, een loopbaancoach en thuisscholing, ben ik begonnen als jeugdbeschermer. Als fysiotherapeut was ik gespecialiseerd in sport en was ik veel bezig met sportrevalidatie. Het was mooi werk, maar veelal hetzelfde en soms begon het bijna een trucje te worden. Ik had niet meer het gevoel dat ik iets belangrijks deed en zocht naar maatschappelijke impact. Naar iets dat iemands leven verandert. Binnen mijn werk als fysiotherapeut had ik vaak een goeie klik met jongeren en ik vond het leuk om met ze te praten. Wat gebeurde er nog meer in hun leven, buiten de sportblessure om? Ik straal blijkbaar vertrouwen uit en dat kan ik als jeugdbeschermer natuurlijk goed gebruiken. Onder supervisie kon ik tijdens mijn studie meteen in de praktijk aan de slag.”
Kende je de problemen waarmee jeugdbescherming te maken heeft, omdat het je zo interesseert, al uit je eigen omgeving?
„Nee, zelf heb ik een zorgeloze jeugd gehad, met liefdevolle ouders. Als ik aan mijn sociale contacten denk, dan gaat het met hen over het algemeen ook goed. Vanuit mijn privé-situatie heb ik dus geen ervaring meegenomen naar het werk als jeugdbeschermer. Het maatschappelijke aspect is wat me interesseert. Juist vanuit mijn veilige basis heb ik misschien de behoefte gehad om anderen dat ook te gunnen.”
Jeugdbeschermer eindstation en ‘midden in het gezin’
Wat doet een jeugdbeschermer eigenlijk allemaal?
„We werken met gezinnen waar heftige problemen spelen die een grote impact hebben op kinderen. Hierdoor kunnen zij zich niet veilig en gezond ontwikkelen en niet veilig opgroeien. Wat ik als jeugdbeschermer eigenlijk doe, is ‘in’ dat gezin gaan staan om met de ouders te bekijken hoe we de situatie kunnen verbeteren. Het is belangrijk om te zeggen dat ik in beeld kom als de kinderrechter bepaalt dat ouders het niet meer zelf redden met de hulpverlening die hen vrijwillig werd aangeboden. Het is dus wel een dwangmaatregel die ik uitvoer. Daarbij heb ik bepaalde juridische middelen om, als dat nodig is, ouders in beweging te krijgen.”
De start van een contact is dus eigenlijk nooit leuk?
„Kijk, je komt nooit een gezin binnen waarin het hosanna is. Anders was ik daar als jeugdbeschermer niet geweest. Een rechter spreekt niet zomaar ondertoezichtstelling uit. Negen van de tien keer zijn het gezinnen die al jaren in het systeem van jeugdzorg zitten. Ze hebben jarenlang verschillende hulpverleners gezien en negatieve ervaringen doorgemaakt. Schijnbaar is het tot mijn komst nooit gelukt om problemen op te lossen. Ik ben een jeugdbeschermer die altijd de samenwerking opzoekt, iemand die begrip probeert te tonen. En ja, het blijft ook indringend. Vanuit mijn rol kan ik ook naar de rechter stappen om te zeggen dat jongeren beter tijdelijk ergens anders kunnen wonen. Dat doe ik niet vaak, maar het gebeurt wel.”
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.metronieuws.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2026%2F02%2FAart-Veldhof-jeugdbeschermer-kamp-van-koningsbrugge.jpg)
‘Monsters die kinderen afpakken’
Volgens mij bestaat er in ons land niet zo’n positief beeld over de jeugdbeschermer.
„Helaas zijn er mensen die jeugdbescherming een verschrikkelijke organisatie vinden. Dat we, misschien overdrijf ik een beetje, monsters zijn die kinderen afpakken en in andere gezinnen of pleeghuizen plaatsen waar het vervolgens mis gaat. We staan eigenlijk al met 3-0 achter voordat we überhaupt bij een gezin komen, terwijl we alleen maar de intentie hebben om te helpen. Dat is lastig soms.”
Als gezicht van de campagne Ik doe het! Jij ook? probeer jij een goed verhaal te vertellen en mensen toch te interesseren voor het beroep van jeugdbeschermer?
„Ja, er zijn veel te weinig jeugdbeschermers. Hoeveel er nu nodig zijn, aan dat cijfer durf ik me niet te wagen. Zoveel mogelijk zou ik zeggen. We hebben namelijk een gigantische wachtlijst van gezinnen waarbij de rechter al heeft uitgesproken dat problemen zo heftig zijn, dat er een jeugdbeschermer naar het gezin moet komen. De realiteit is dat een gezin na de uitspraak van de kinderrechter nog maanden moet wachten voor er een jeugdbeschermer beschikbaar is. En die gezinnen kunnen helemaal niet wachten.”
Jeugdbeschermer worden als je belangrijk wilt zijn
Dat klinkt bepaald niet vrolijk allemaal. Waarom zou ik dan jeugdbeschermer worden?
„Ik zal echt niet roepen dat dit werk altijd maar leuk is, een naïef beeld dat ik zelf overigens wel had. Je hebt te maken met negativiteit van ouders, met grensoverschrijdend gedrag, agressie. Maar elk klein stapje dat je als jeugdbeschermer kunt zetten, kan levensveranderend voor jongeren zijn. Dat ze nog een kans krijgen, in plaats van verder af te glijden. Je moet dit werk echt doen als je belangrijk wilt zijn voor mensen met problemen.”
Als dat lezers aanspreekt, wat kunnen zij dan doen?
„Sowieso op de campagnepagina kijken natuurlijk. Daar zie je alles over vacatures en mogelijkheden. Wat ik zelf heb gedaan voor ik de stap nam, is een dagje meelopen. Zo krijg je een beetje zicht op het vak. Zelf kan ik nog vertellen dat ik een werkweek van 36 uur heb en volledig eigenaar ben over mijn eigen agenda. Dat is erg prettig. Je hebt echt veel vrijheid om je agenda in te delen. Voor mij, als vader van een pasgeboren zoon, is dat heel prettig.”
Heeft de stap van twee jaar geleden je leven verrijkt?
„Absoluut. Ondanks dat er ook weerstand is, ben ik trots op het werk dat ik doe. Op de impact die mijn rol kan maken.”
Dit zijn de best gelezen artikelen van dit moment:
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.metronieuws.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2026%2F02%2FKamp-van-Koningsbrugge-Aart-Veldhof.jpg)