:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.metronieuws.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2026%2F02%2FPortretshoot-Jozef-023-e1770393893845.jpg)
Fotograaf: Anna Maiwald
Foto: Anna Maiwald
Jozef Overeem (33) groeide op met een moeder met ernstige psychische problemen. Daardoor moest hij altijd op zijn hoede zijn. Hulpverleners hadden wel aandacht voor zijn moeder, maar niet voor hem en zijn broertje. Zijn onveilige jeugd heeft diepe sporen nagelaten. Met zijn boek met de confronterende titel Was je maar nooit geboren wil hij meer aandacht vragen voor zogeheten KOPP/KOV-kinderen (Kinderen van Ouders met Psychische Problemen en Verslavingsproblemen).
Het idee om zijn verhaal te vertellen, ontstond al jaren voordat het boek daadwerkelijk verscheen. „Het zaadje is ongeveer tien jaar geleden bij mij geplant. Ik merkte toen al: dit is een onderwerp waar weinig over gesproken wordt. Het wordt onderschat, maar het is ook kwetsbaar”, zegt Jozef. „Mensen vinden dat lastig. Over mentaal welzijn wordt steeds meer gesproken, maar zodra het echt dichtbij komt, blijft het toch een taboe.” Inmiddels is er steeds meer aandacht voor kinderen van ouders met psychische problemen.
Moeder met ernstige psychische problemen
Zijn moeder kampte met ernstige psychische problemen. „Ze had een eetstoornis, anorexia, en is meerdere keren opgenomen geweest. Ze was chronisch depressief, had manieën en was onvoorspelbaar. Ook kampte ze met angst- en paniekstoornissen. Ze zei zelf dat ze een sociale fobie had, dat ze bang voor mensen was. Als ze zich echt wanhopig voelde, zei ze ‘waren jullie maar nooit geboren. Door jullie is mijn leven nog moeilijker geworden. Ik heb mijn hele leven opgegeven voor jullie’.” Met zijn vader had hij amper contact: al voor zijn geboorte waren zijn ouders gescheiden. Hij zag hem hoogstens een paar keer per jaar.
Geen zorg voor de kinderen
Er kwamen veel hulpverleners bij hen thuis, maar die waren vooral gericht op zijn moeder. „Jeugdzorg, Riagg, Stichting MEE, Kwintes. Alles was gericht op haar overeind houden.” Maar voor hem en zijn broertje was er niets. „Dat zie je nog steeds, al verandert het wel een beetje. KOPP-kinderen blijven onder de radar.”
Hij sprak er niet over. „Dat komt door parentificatie. Doordat een ouder niet stabiel is, neem je als kind de ouderrol over. Je draagt emotionele lasten die niet van jou zijn.” Wat het ingewikkeld maakt om hulp te zoeken, is dat er een loyaliteitsconflict ontstaat. „Je ziet je vader of moeder lijden. En tegelijk leer je: je moet je mond houden. Anders word je uit huis geplaatst. Dat zei mijn moeder tegen me. Hulpverleners moet je niet vertrouwen.”
Voortdurend alert
Als puber was Jozef voortdurend alert. „Als ik naar huis fietste, dacht ik niet: ik ga huiswerk maken. Ik dacht: hoe is het thuis? Is ze hysterisch? Is ze aanspreekbaar? Hoe is de sfeer?” Als hij bij vrienden over de vloer kwam, merkte hij duidelijk verschil. Daar werd wel samen gegeten aan tafel, daar was er wel aandacht voor hoe het op school was. Vluchten werd zijn manier om te overleven. Als hij maar niet thuis hoefde te zijn. Zijn broertje reageerde op een andere manier op de onveilige thuissituatie. Hij isoleerde zich juist en keerde naar binnen.
Afgebroken studies
Als jongvolwassene liep Jozef volledig vast. Dan begon hij aan een studie, om die vervolgens af te breken. Hij kampte met depressieve gevoelens en suïcidaliteit, en begreep tegelijk niet waarom het leven hem zo zwaar viel. „Ik kon niks volhouden. Het lag niet aan mijn capaciteiten of mijn potentie, maar dat voelde wel zo. Ik stopte met een opleiding, begon weer aan iets nieuws, relaties gingen niet goed. Dat patroon bleef zich herhalen.”
Langzaam werd zijn wereldje steeds kleiner. Hij kreeg last van angst en paniek. „Ik zat letterlijk de hele dag op de bank. Ik wilde wel iets doen en had ambities, maar het lukte me gewoon niet. Dat is misschien wel het meest frustrerende: dat verlangen en die blokkade.”
Golden ticket
Het lukte hem nog wel om te lezen, met name biografieën. Verhalen van mensen die uit moeilijke situaties waren gekomen. „Muzikanten, artiesten en topsporters hebben vaak een soort golden ticket. Stel dat ik een megagetalenteerde zanger was geweest, dan had ik me daarop kunnen storten. Maar wat doe je als je die exceptionele talenten niet hebt?” Wat hij miste, was een verhaal van iemand zoals hij. „Gewone mensen die vastlopen, psychische klachten krijgen en zich daar langzaam uit weten te worstelen.”
Psychische problemen
Als Jozef bij de sociale dienst gaat werken, komt hij erachter dat er veel meer mensen zijn met soortgelijke ervaringen. „Ik hoorde daar de verhalen van mensen en herkende mij daarin. De worsteling, het vastlopen, het gevoel nergens echt te kunnen landen.”
Tegelijk ziet hij cijfers over kinderen die opgroeien met ouders met psychische problemen of verslaving. „We weten dat het mentale welzijn van Nederlanders onder druk staat. Maar daar horen ook kinderen bij. En over die kinderen hoor je bijna niks.”
Geen veilige basis
We kijken vooral oppervlakkig, naar wat voor het oog zichtbaar is, maar niet naar de pijn die daarachter schuilgaat. „Je ziet een dakloze op straat, maar staan mensen weleens stil bij het verleden? Ik weet van hulpverleners dat een groot deel van deze mensen een vreselijke jeugd heeft gehad. Ze hebben nooit een veilige basis gehad.” Of iemand ontspoort, is soms een kwestie van toeval. „Bij de één valt het muntje de goede kant op, bij de ander de verkeerde. Het had bij mij ook de verkeerde kant op kunnen vallen.”
Jozef ontdekte pas later dat er bij hem sprake is van een ontwikkelingstrauma. In therapieën was daar onvoldoende aandacht voor. „Als je als kind dingen mist die essentieel zijn, richt dat op de lange termijn schade aan. In je kindertijd word je geprogrammeerd. Je zenuwstelsel leert wat normaal is.” Die ‘programmering’ vond in zijn geval plaats in een instabiele thuissituatie. „Mijn broertje en ik zijn meerdere keren uit huis geplaatst vanwege de psychische problemen van mijn moeder.”
Narcistische trekken
Later kwam hij erachter dat zijn moeder ook narcistische trekken heeft. Zo probeerde ze steeds mensen tegen elkaar uit te spelen. „Ze leefde compleet in haar eigen wereld, en dacht dat iedereen tegen haar was. Sociaal-emotioneel was ze eigenlijk een kind van 3.” Hij vond steun bij zijn oma, maar zijn moeder noemde haar ‘de duivel’. „Terwijl ze zelf geld van haar leende. Dat is heel wrang.”
Ondanks de ballast die hij vanuit zijn verleden meetorst, is hij niet boos op zijn moeder. „Zij is psychisch ziek. Ik ben niet boos op haar, maar ik heb wel de band verbroken.” Telkens als hij haar opzocht, merkte hij hoeveel impact dat op hem had. In de dagen voorafgaand aan zo’n bezoek, moest hij zich daarop voorbereiden. Vervolgens had hij weer dagen nodig om daarvan bij te komen. „Dat kostte me te veel energie. Ik merkte dat het me leegzoog, omdat ze nog altijd in slachtofferschap en negativiteit zat. Ik wilde geen relaties meer in mijn leven die mij onderuit haalden.”
KOPP/KOV kinderen en ontwikkelingstrauma
De echte ommekeer kwam toen hij meer ging lezen over KOPP-V kinderen en ontwikkelingstrauma. „Ik kwam het ergens tegen en dacht: het ligt niet aan mij. Dat inzicht was alles veranderend.” Eindelijk begreep hij wat er in zijn lichaam gebeurde. „Mijn lichaam stond altijd op standje angst. Fight-or-flight. Dat doet van alles met je.” In de therapieën die hij volgde, bleef dat onderbelicht. Die spraken vooral de cognitie aan, zoals cognitieve gedragstherapie.
Praten alleen is niet genoeg, vindt Jozef dan ook. „Die leegte, dat verdriet en die pijn in je lijf los je niet op met praten. Als je lichaam zich onveilig voelt, heeft het weinig zin om alleen met het brein aan de gang te gaan.” Hij heeft veel gehad aan het boek ‘Traumasporen’ (The body keeps the score’) van Bessel van der Kolk.
Erkenning en hoop
Met zijn eigen boek wil Jozef vooral erkenning en hoop bieden. Hij tekende zijn eigen levensverhaal op, en sprak daarnaast met professionals zoals therapeuten en artsen. „Ik heb het in de eerste plaats geschreven voor lotgenoten. Mensen die vastlopen en denken dat ze stuk zijn.” Daarnaast wil hij hulpverleners laten zien wat er onder de oppervlakte speelt. „Ik wil ze meenemen in de ziel van iemand die compleet vastloopt, en laten zien waar het vandaan komt.”
Tegelijk is het een oproep aan de hele samenleving. We zijn geneigd om te veroordelen, zonder oog te hebben voor de persoon. „Kijk met zachtere ogen. Achter onbegrepen gedrag zit vaak een verhaal.” De opbrengst van het boek gaat naar Stichting Het Vergeten Kind en Stichting Petje af. „Het ligt niet aan jou”, is de boodschap die hij kinderen in een onveilige situatie wil meegeven. „Wat je voelt, is logisch. En herstel is mogelijk.”
Dit zijn de best gelezen artikelen van dit moment:
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.metronieuws.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2026%2F02%2FJozef.jpg)