:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.metronieuws.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2025%2F06%2Fchristian-bowen-Cc10IJDoj78-unsplash.jpg)
Voor veel gepensioneerden is 2026 begonnen met goed nieuws. De pensioenuitkering gaat omhoog en bij sommige pensioenfondsen zelfs flink. Het gaat om mensen bij 24 pensioenfondsen die per 1 januari zijn overgestapt naar het nieuwe pensioenstelsel.
Daar zitten grote spelers bij, zoals Zorg & Welzijn, Metaal & Techniek en fondsen voor de bouw, horeca, schoonmaak en uitzendbranche.
Gemiddeld stijgen de pensioenen met ruim 13 procent. Dat blijkt uit berekeningen van pensioenadviseur AON op basis van gegevens van de grootste fondsen. Hoeveel iemand er precies bij krijgt, verschilt sterk per fonds. De verhogingen lopen uiteen van ongeveer 5 procent tot 20 procent of meer.
Dat pensioenverhogingen eraan zaten te komen, werd eerder al duidelijk. Fondsen gaven toen aan dat ze er financieel beter voor stonden dan in jaren, mede door de gestegen rente en goede beleggingsresultaten.
Pensioenfondsen hebben weer ruimte
Dit jaar profiteren gepensioneerden bij de vijf grootste pensioenfondsen allemaal van hogere uitkeringen. De belangrijkste reden is dat deze fondsen financieel gezond zijn. Hun dekkingsgraad lag het afgelopen jaar boven de 100 procent, wat betekent dat er genoeg geld is om alle huidige en toekomstige pensioenen te betalen.
Een hogere dekkingsgraad zorgt voor meer speelruimte om pensioenen te verhogen. Jarenlang was die ruimte er nauwelijks, waardoor veel pensioenen gelijk bleven. Dat lijkt nu voorlopig verleden tijd.
Grote verschillen tussen fondsen
Wel liggen er verschillen tussen de diverse pensioenfondsen. Bij ABP, het grootste pensioenfonds van Nederland, stijgen de uitkeringen dit jaar met 2,8 procent. Bij PFZW, pensioenfonds Zorg & Welzijn, waar bijna 3 miljoen mensen zijn aangesloten, gaat het om een veel grotere stap: daar stijgen de pensioenen met ongeveer 12 procent.
PFZW is een van de fondsen die is overgestapt naar het nieuwe pensioenstelsel. In dat stelsel werkt het pensioen anders dan voorheen. Het gezamenlijke vermogen is niet langer één grote pot, maar wordt verdeeld in persoonlijke pensioenpotjes. De hoogte daarvan beweegt mee met de resultaten op de beurs.
Wanneer deelnemers precies weten wat dit voor hun eigen portemonnee betekent, verschilt per fonds. Veel gepensioneerden krijgen daar later dit jaar pas duidelijkheid over via een persoonlijke berekening.
Beurs blijft onrustig
Tegelijkertijd is het financiële klimaat allesbehalve rustig. Het afgelopen jaar zorgden internationale spanningen en onvoorspelbare markten voor flinke schommelingen op de beurs. Ook pensioenfondsen merken dat stabiliteit niet vanzelfsprekend is.
Voorzichtigheid blijft dan ook belangrijk, juist omdat het lastig is te voorspellen hoe de economie en de financiële markten zich ontwikkelen.
Is dit wel toekomstproof?
De hogere pensioenen zijn voor veel gepensioneerden een welkome meevaller na jaren van stilstand. Maar de grote vraag blijft hoe structureel deze verhogingen zijn. De ruimte om uitkeringen te verhogen hangt sterk samen met rente, beleggingsresultaten en economische rust.
Zolang pensioenfondsen er goed voor staan, kunnen gepensioneerden profiteren. Maar bij tegenwind op de beurs of een dalende rente kan dat beeld wellicht kantelen. De verhogingen van nu geven lucht, maar vormen geen garanties voor de lange termijn.
Dit zijn de best gelezen artikelen van dit moment: