:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.metronieuws.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2021%2F07%2Fbodi-raw-G6aRUwQl1q8-unsplash-e1625742969113.jpg)
Een corporatiewoning is in principe bedoeld voor mensen met een laag of middeninkomen die op de reguliere woningmarkt nauwelijks kans maken. Toch blijkt dat systeem in de praktijk niet altijd zo te werken. Uit recente cijfers van het Centraal Planbureau (CPB) blijkt dat een deel van de bewoners van sociale huurwoningen ondertussen over aanzienlijk vermogen beschikt. Zo bezitten sommige huurders naast hun corporatiewoning één of zelfs meerdere koopwoningen.
Dat staat haaks op het doel van sociale huur, namelijk het bieden van betaalbare woonruimte aan mensen die die écht nodig hebben. „Ik krijg er pijn van in mijn buik”, zegt Erik Gerritsen, directeur van de grote Amsterdamse woningcorporatie Ymere. In de praktijk ziet hij dagelijks wat de gevolgen zijn van deze scheve situatie.
Hoe problematisch is het?
Een woning bezitten, maar wel zelf in een corporatiewoning wonen: hoewel het gaat om nog niet 1 procent van het totaal aantal huurders in de corporatiesector, is het wel het geval bij 4374 woningen. „En elk huis telt”, zegt Gerritsen tegen de NOS. „Elke dag hoor ik over mensen in een schrijnende situatie of van wie het leven op pauze staat. Die mensen gun ik die woning meer dan iemand die er drie koophuizen op nahoudt.”
De CPB-cijfers zijn nieuw, maar de maatschappelijke verbolgenheid groeit al een paar jaar. Vijf jaar geleden analyseerde het Kadaster cijfers in opdracht van NRC waaruit een vergelijkbaar beeld naar voren kwam, wat leidde tot Kamervragen. Corporaties laten intussen in toenemende mate nieuwe huurcontracten opstellen.
Wat is de situatie?
Maar wat is de reden dat mensen nog een koophuis naast hun woning hebben? Een groot deel van de ‘scheefwoners’ met een koophuis verhuurt dat huis, zegt het CPB. Soms aan een eigen kind, soms aan een ouder, maar vaker nog aan iemand die verder van hen af staat. Dat is het geval bij zo’n 4000 woningen.
Bij een paar duizend andere huizen woont een ex-partner nog in de woning. Daarnaast staan er ook nog zo’n 2000 huizen leeg, in ieder geval op papier. Het kan wel dat die huizen als tweede huis worden gebruikt of zonder registratie ook verhuurd worden. Of dat zo’n huis wordt verbouwd.
Stappen ondernemen
Woningcoöperatie Ymere besloot juridische stappen te ondernemen nadat bleek dat een huurder van een sociale huurwoning tegelijkertijd twee koopwoningen bezat en die voor duizenden euro’s per maand verhuurde. De huurder stelde dat hij niets verkeerd deed en weigerde de sociale huurwoning te verlaten. Daarop stapte Ymere naar de rechter.
De woningcorporatie eiste de woning terug op basis van ‘dringend eigen gebruik’. Normaal gesproken wordt dit juridische argument ingezet als een eigenaar zelf in de woning wil gaan wonen, maar in dit geval was het doel om de sociale huurwoning vrij te maken voor iemand die daar daadwerkelijk op is aangewezen. De rechtbank stelde Ymere in het gelijk.
De uitspraak heeft volgens advocaat Koert Gobbens van het Rotterdamse Yur Advocaten veel losgemaakt. Gobbens adviseert woningcorporaties bij het aanpassen van huurcontracten om dit soort vormen van scheefhuur tegen te gaan.
Contracten aanpassen
Wat gaat er dan mis? „Nu is het enige dat vaak benoemd wordt, dat de woning iemands hoofdverblijf moet zijn. En zelfs dát staat nog niet altijd in bestaande contracten. De wet zegt verder vooral dat je een goede huurder moet zijn. Maar ook als een huurder meerdere koopwoningen bezit, kan diegene in theorie nog zeggen: ik zorg prima voor deze huurwoning, dus geen reden tot ontruiming”, zegt advocaat Gobbens.
Gobbens waarschuwt dat situaties van elkaar verschillen. „Het is ook altijd de vraag wat er in het contract staat. Het wijzigen van een lopend contract is lastig, een huurder zal daarmee niet snel vrijwillig akkoord gaan.”
Hoe kom je erachter dat iemand scheefwoont?
Hoe kom je er dan achter dan iemand scheefwoont? Leendert Yntema speurt beroepsmatig naar fraude. Hij werkt voor verschillende woningcorporaties en komt wekelijks gevallen tegen van huurders die ook koophuizen bezitten. Belangrijk is het onderdeel van de onderzoeken om langs te gaan bij het huurhuis.
„Als diegene keurig in de sociale huurwoning woont, kun je niet veel doen”, zegt Yntema. „Maar het komt ook voor dat huurders eigenlijk in het koophuis wonen en andere mensen in de huurwoning laten wonen. Als vriendendienst, of als illegale onderhuur.” In zulke gevallen kan er sprake zijn van woonfraude.
Ymere vraagt inmiddels aan aspirant-huurders of ze vastgoed hebben. „Hebben ze dat, dan gaan we geen huurcontract met ze aan”, zegt Gerritsen. „Wil je handhaven bij bestaande huurders, dan is dat verschrikkelijk lastig. Vrijwel altijd is dat per toeval: op basis van controles, tips van buren. Het liefst zouden we eens per jaar de gegevens naast elkaar leggen en in gesprek gaan met de mensen die dus blijkbaar genoeg woningen hebben om er zelf in te wonen.”
Dit zijn de best gelezen artikelen van dit moment: