:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.metronieuws.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2026%2F01%2Fcalorieen-afvallen-kickboksen.jpg)
Eén op de vier Nederlanders krijgt in zijn of haar leven te maken met een psychische aandoening. Vooral de mentale gezondheid van jongeren staat onder druk. Psychische klachten als angst, burn-out en somberheid nemen toe. Volgens psychiater Esther van Fenema komt dat niet alleen door de prestatiedruk, maar ook doordat ze steeds minder weerbaar zijn: jongeren zijn niet meer gewend aan falen, frustratie en ongemak.
Een kwart van de Nederlanders voldoet aan de criteria voor een psychische stoornis. Uit andere onderzoeken blijkt dat dit zelfs de helft zou zijn. Dat juist jongeren die zijn opgegroeid met kansen, comfort en bescherming vastlopen en niet weerbaar blijken, noemt Esther van Fenema „vreemd, maar bij nader inzien logisch”. In haar praktijk ziet ze het al jaren gebeuren.
„Veel ouders kijken oprecht verbaasd als hun kind rond het 20e levensjaar vastloopt. Ze denken: ik heb mijn kind alles gegeven, een veilige jeugd, alle mogelijkheden. En toch gaat het mis. Dat voelt onrechtvaardig, maar het zegt iets over wat we zijn vergeten te oefenen.”
De paradox van comfort
Volgens Van Fenema ligt de verklaring deels in de manier waarop ons brein zich ontwikkelt. „Het brein om ons te beschermen. Het moet risico’s leren inschatten. Dat kan het alleen als het in de jeugd heeft ervaren wat spanning, teleurstelling en pijn zijn en vooral: dat die gevoelens draaglijk zijn en weer verdwijnen.”
Daarom vergelijkt zij mentale weerbaarheid met het immuunsysteem. „Als je kinderen laat opgroeien in een extreem steriele omgeving, zie je later meer allergieën. Het lichaam heeft nooit geleerd wat ongevaarlijk is. Mentaal gebeurt iets vergelijkbaars. Zonder blootstelling aan tegenslag gaat het brein normale stress zien als een bedreiging.”
Wat houdt het weerbaar zijn precies in? „Het gaat om iets heel concreets: leren dat je een onvoldoende kunt halen, afgewezen kunt worden of verdrietig kunt zijn en dat je daar niet aan kapotgaat. Als die ervaringen ontbreken, kan de eerste echte tegenslag voelen als een overstroming.”
‘Curling’ opvoeding
Een paar jaar geladen werd het woord ‘curling parents’ populair, mede door de populaire NPO-serie De Luizenmoeder. Dit zijn ouders die zo veel mogelijk obstakels voor hun kind wegnemen. Van Fenema is kritisch op zo’n opvoedcultuur. „Ik zie ouders die bij de eerste onvoldoende naar school gaan om verhaal te halen bij de leraar, of die elke vorm van boosheid en verdriet meteen willen oplossen. Dat is begrijpelijk, want je wilt je kind beschermen. Maar je haalt daarmee precies de oefensituaties weg die nodig zijn om weerbaar te worden.”
Volgens Fenema leert een kind zich afhankelijk op te stellen, wat niet goed is voor zijn of haar ontwikkeling. „Het kind leert: dit gevoel is te groot, dit kan ik niet aan, iemand anders moet het voor mij oplossen. Terwijl het veel helpender is om te ervaren: dit is naar, maar het lukt me hier doorheen te komen.”
Een overdreven beschermende opvoeding betekent niet altijd dat jongeren niet meer met tegenslagen om kunnen gaan. „Het is geen natuurwet. Maar ik zie opvallend veel jongeren die extreem comfortabel zijn opgegroeid. Ze zijn te weinig blootstelling aan frustratie en hebben daardoor te weinig mentale weerstand. Dan kan een relatiebreuk of een afwijzing ineens voelen als een existentiële crisis.”
Taboesfeer bij psychische aandoeningen
In de media hoor en lees je veel over psychische problemen, met name bij jongvolwassenen. De stijging van psychische klachten onder jongeren moet volgens Van Fenema met nuance worden bekeken. Psychische problemen zijn deels uit de taboesfeer getrokken, legt ze uit. „Er is meer aandacht en meer taal voor mentale problemen, dus we zien ze vaker. Maar dat betekent niet dat er nu niets aan de hand is.”
We leven mentaal ongezond, vindt Van Fenema. „We zijn hyper-individualistisch geworden, terwijl mensen evolutionair zijn gemaakt om in hechte verbanden te leven. Daarbovenop komt sociale media, waar iedereen er leuk, succesvol en gelukkig uitziet. Dat maakt falen niet alleen pijnlijk, maar ook beschamend.”
De prestatielat ligt structureel te hoog. „We hebben idiote uitkomstmaten gecreëerd. Alles moet geweldig, succesvol en bijzonder zijn. Als dat niet lukt, denken jongeren niet: dit ging mis, maar: ík ben mislukt.”
Stress is geen vijand
Een hardnekkige misvatting is volgens Van Fenema dat stress per definitie schadelijk is. Een dosis gezonde stress kan helpen om goed te presteren. „Zonder oefening wordt normale spanning een alarmsignaal. Jongeren denken dan: dit voelt niet goed, dus er is iets mis met mij. Terwijl stress gewoon hoort bij leren, groeien en leven.”
Onze mindset is enorm belangrijk. Hoe sta je in het leven? Wat is je houding als je geconfronteerd wordt met tegenslagen? „We moeten af van het idee dat het leven bedoeld is om constant gelukkig te zijn”, vindt Van Fenema. “Tevredenheid is gemiddeld een zeven. Wie altijd een tien nastreeft, raakt uitgeput en onzeker.”
Daarbij waarschuwt ze voor het ‘medicaliseren’ van normale emoties. We moeten niet te snel verdriet een depressie noemen. „Verdriet, angst en onzekerheid zijn geen stoornissen, maar menselijke ervaringen. Als we die te snel problematiseren, leren jongeren dat ze kwetsbaar zijn in plaats van veerkrachtig.”
Kun je weerbaar zijn op latere leeftijd nog leren?
Stel dat jou als kind nooit een strobreed in de weg is gelegd. Als je aan je ouders iets vroeg, kreeg je het meteen. Maar de realiteit van het volwassenleven kan weerbarstig zijn. Waar je ouders altijd lovend over je waren, krijg je in als werknemer kritiek van de baas. En dan merk je dat het jou ontbreekt aan weerbaarheid en dat je niet goed weet hoe je ermee om moet gaan.
Is er dan nog hoop? Met andere woorden: is weerbaarheid een eigenschap die je ook op latere leeftijd nog kunt leren? Kun je ook op latere leeftijd weerbaar worden? Niet iedereen ontwikkelt mentale weerbaarheid even makkelijk, erkent Van Fenema. „Persoonlijkheid en genetische aanleg spelen een rol. Sommige mensen zijn gevoeliger voor angst of depressie, en hebben meer begeleiding nodig.”
Perfectionisme is een valkuil
In haar spreekkamer ziet ze veel jonge professionals vastlopen op perfectionisme. Uiteindelijk komen ze soms thuis te zitten met een burn-out, nadat ze jaren over hun grenzen zijn gegaan. „Alles moet een tien zijn: carrière, relatie, lichaam, geluk. Als dat niet lukt, volgt vaak burn-out.”
De behandeling gaat dan over begrenzen en verdragen. „Mensen moeten leren dat sommige dingen een zes mogen zijn. Dat is geen falen, dat is realistisch leven. Maar dat leerproces is moeilijk en komt vaak pas op gang als het eigenlijk al te laat is. Liever zie ik dat we dit al leren in code geel, wanneer het nog schuurt, dan pas in code rood, wanneer mensen echt vastlopen.”
Zo word je weerbaar
Volgens Esther van Fenema staat één misvatting mentale weerbaarheid het meest in de weg: het idee dat mentale gezondheid betekent dat je je altijd goed moet voelen. „Het leven doet soms pijn. Weerbaarheid ontstaat niet door pijn weg te nemen, maar door te leren dat je ermee om kunt gaan.”
Welke boodschap zou ze mee willen geven aan ouders of andere opvoeders? „Durf ongemak toe te laten. Niet omdat je je kind iets wilt ontzeggen, maar omdat je gelooft dat het sterker is dan je denkt.”
Dit zijn de best gelezen artikelen van dit moment:
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.metronieuws.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2026%2F01%2FEsther-van-Fenema.jpg)